maandag 19 november 2012

Felix Nadar


 







Over deze man wilde ik hier eens iets schrijven.Zijn naam is Felix Nadar maar zijn werkelijke naam was Gaspard Felix Tournachon.  Deze Parijse fotograaf was echt een bijzondere man.
Hij is geboren in 1820 tot en stierf pas in 1910 . Hij was een van de eerste fotografen en wel een zeer bijzondere.
Hij begon als caricaturist en  daardoor had hij later een goed oog om portretten te maken , In 1854 begon hij als fotograaf te werken. In 1061 kocht hij een enorm pand aan de Boulevard des Capucines.
Hij werd beroemd om zijn indringende portretten waaronder vele beroemdheden zoals Sarah Bernardt, Alexander Dumas, en Victor Hugo op zijn doodsbed.
De musici Debussy, Liszt en  Fauré kwamen vaak in de studio om elkaar te ontmoeten.Ook Monet en Manet werden op de foto gezet.



.

vrijdag 16 november 2012

Kerst in de Studio

Kerst in de studio deze week. Heerlijk.
2 Kleine hondjes die  prachtige namen hebben nl. Clara en Emma.
Ik kende ze al want iedere zondag komen we ze tegen en Emma is dan dolgelukkig om onze Jasper te zien , maar Jasper heeft alleen oog voor de kleinste en dat is Claartje. Clara op haar beurt heeft helemaal niets met Jasper. Maar dat terzijde.
Om half 2 stonden ze met hun baasje voor de deur en we konden meteen beginnen.
Ik was begonnen met hen samen met het baasje te fotograferen en daarna kwam de kerstboom te voor-schijn. Bleek wel maar een klein kerstboompje te zijn. De hondjes waren heel nieuwsgierig en voelden zich al snel op hun gemak.



 
Het baasje werkte goed mee en binnen 1 uurtje hadden we al hele aardige foto's.

Daarna zijn we naar Jasper gegaan die binnen in huis was. Zijn bek viel open bij het zien van zijn Claartje.

Maar al vlug lagen ze alle 3 te slapen. Clara op de bank ( lekker op gelijke hoogte met Jasper) en Emma in jasper zijn mand en Jasper onder de tafel.

De foto's samen even bekeken en uitgezocht met een kan koffie.
Daarna samen naar de Braakman gegaan met de 3 honden.
Snel en toch leuk en goed.

Wilt u ook eens samen met uw dier op de foto, bel dan even.


 
Nog even Gina en Joy laten zien die ook geweldige  modellen waren enkele weken geleden.
 
 
 

donderdag 1 november 2012

Felix Nadar



In Fotografopolis gonst het echter al van de geruchten en het idee om foto’s vanuit een luchtballon te maken zet nog voordat dit gerealiseerd is, ons wereldje in rep en roer. Vrienden stromen toe.
Wat tegenwoordig-bijna vijfendertig jaar later-een gewoon, voor de hand liggend werkje is, dat zelfs de eerste de beste laboratoriumassitent kan verrichten, kwam destijds iedereen als iets onuitvoerbaars iets onmogelijks voor. De woorden van Biot kunnen niet vaak genoeg herhaald worden: ‘Niets is gemakkelijker dan hetgeen gisteren tot stand is gekomen, niets onmogelijker dan dat wat morgen tot stand zal moeten komen’.
De vaklieden schudden het hoofd en dit zijn nog wel de leidinggevende figuren. Iemand als Bertsch komt uit zijn astronomielaboratorium om mij ervan te verzekeren dat ik iets ga proberen wat niet te verwezenlijken is. Daar is de oudste van de gebroerders Bisson het mee eens; de goede LeGray
zegt tegen me: ‘Je gaat geld uitgeven dat je niet hebt, en je nek breken die je wel hebt, en dat voor niets!’
En mijn uitstekende leermeester Camille d’Arnaud smeekt me me rustig te houden, Maar wie of wat zou mij kunnen tegenhouden, als ik eenmaal een van mijn bevliegingen heb…?

Ik heb al een luchtballon gehuurd, alsmede een stamgenoot van Godard om de ballon te manoeuvreren en een dag afgesproken
Koortsachtig heb ik toebereidselen getroffen voor de inrichting van het laboratorium dat ik in mijn mand moet installeren, want we leven nog niet in de gezegende tijd van onze kleinkinderen, die een laboratorium in hun zak kunnen meenemen; wij moeten immers daarboven kokkerellen. Al ons keukengerei staat dan ook voor gebruik gereed. En we moeten niets vergeten, want het zal niet praktisch zijn om al te vaak te moeten stijgen en dalen.
De mand is zo ruim als de zeshonderd kubieke meter van de luchtballon toelaten, die samen met zijn ankerkabels alleen mijn assistent en mij hoeft op te tillen. In de perfect en systematisch ingerichte mand is alles onder handbereik opgeborgen in kastjes of op zijn plaats gehangen. Het is alsof we thuis zitten en Bertsch zou meteen zijn enge wachttorentje in de rue Fontaine-Saint’-Georges, een ware pijpenla van waaruit hij de planeten kwelt, willen ruilen tegen ons luchtlaboratorium.
Aan de mandring van de luchtballon is een tent opgehangen die, met haar dubbele oranje en zwarte omhulsel geen enkel straaltje daglicht doorlaat en slechts een heel klein donkerekamervenstertje van geel glas heeft, dat voor precies de vereiste, minieme hoeveelheid licht zorgt. Het is warm onder die tent, voor de man die de operatie verricht én voor de operatie zelf. Maar het collodium en alle andere materialen hebben niets te duchten in hun ijsbaden.
Mijn verticaal bevestigde objectief is een Dallmeyer, daarmee is alles gezegd, en de ontspanner van de horizontale valbijl die ik heb uitgevonden (alweer een patent!) om de lens in één bewegingen vrij te maken en weer af te sluiten, functioneert uitstekend. Ten slotte heb ik al het mogelijke gedaan om de bewegingen van mijn mand tegen te gaan. Onze spierkracht is zo groot dat de ankerkabels, die niet aan de mand maar aan de equator van de luchtballon zijn bevestigd, dermate strak gespannen zijn dat ze ofwel om genade kunnen smeken ofwel het omhulsel van de luchtballon uiteen kunnen doen barsten. Ik wil trouwens alleen bij rustig weer werken en als ik op de vastgestelde hoogte van driehonderd meter voel dat het touwwerk te strak gespannen staat, zal ik dalen tot tweehonderd of honderd meter; het moet lukken.
Eindelijk is alles klaar!
Ik stijg op…
Eerste opstijging: geen resultaat…!
Tweede opstijging: niets… !
Derde opstijging: niets…!!!
Eerst was ik verbaasd, daarna ongerust, nu ben ik verbijsterd…
Wat gebeurt er toch…?
07621_felix_nadar copy
En ik stijg op, stijg weer op en nog een keer, steeds maar weer zonder enig resultaat.
Na elke mislukte poging kan ik zoeken en nakijken wat ik wil; er is niets vergeten, niets veronachtzaamd, alles klopt. Tien-twintigmaal zijn de baden gefilterd, opnieuw gefilterd en, evenals al mijn chemicaliën, vervangen
Hoe is het mogelijk dat ik onveranderlijk en onvermijdelijk slechts de ene na de andere doffe, roetzwarte plaat weet te verkrijgen, waarop niets van een beeld is te zien? Het lijkt alsof er een vloek op me rust, want hoe komt het toch dat ik er niet in slaag uit de steeds beklemmender duisternis te geraken, van die ondoorzichtige roetkleurige glasplaten af te komen?
Zouden ‘de anderen’ gelijk hebben gehad?
Nee! Nooit zal ik willen aannemen dat de lens niet weergeeft wat ze ziet. Waarschijnlijk kan het om niets anders gaan, gaat het om niets anders dan een tot nog toe onverklaarbare laboratoriumfout, inderdaad een ongelofelijk hardnekkig probleem dat onoverkomelijk lijkt, maar dat ik zal oplossen! Ik geef niet op, ik ga kost wat kost door met mijn opstijgingen totdat ik er het mijne van weet.
Maar ‘kost wat kost’ is vlug gezegd. Elk van de achtereenvolgende opstijgingen, die voor mij alleen worden georganiseerd, kost veel geld en doet mijn toch al zo smalle beurs aanzienlijk slinken; alles wat ik verdien, alles wat ik heb, gaat hiernaartoe en de briefjes van duizend glijden me door de vingers…
Dan breekt ook nog de winter aan, een niet erg geschikt seizoen voor mijn pogingen. Moet ik nu van schaamte in de grond kruipen omdat ik verslagen ben, en tot de volgende lente op mijn nagels bijten, wachtend tot ik weer kan beginnen?
Laten we het één keer, nog één keer proberen! Met de grootste toewijding en met inspanning van alle wilskracht onderneem ik een laatste poging…
Weer niets, niets, niets!!!
Het is of de duivel ermee speelt!!!
Bij iedere opstijging, telkens wanneer ik door alle pech alles donker inzag en ten einde raad een nieuwe proefneming tot de volgende keer uitstelde, kon ik begrijpelijkerwijze niet nalaten ‘Alles los! te roepen, waardoor ik mezelf tenminste als troost en compensatie het genoegen verschafte vrij te kunnen opstijgen Zo eet ook de banketbakker bij gebrek aan klandizie zijn eigen voorraad op.
Deze laatste keer had ik nog koppiger volgehouden en mijn zinloze strijd nog langer voortgezet dan bij de voorafgaande opstijgingen, en de zon daalde dan ook tegelijk met ons, toen we vlak bij Parijs terechtkwamen in een onbekend, destijds nagenoeg verlaten en bekoorlijk valleitje dat Petit-Bicêtre wordt genoemd.
Er stond geen wind en we maakten een zachte landing naast een grote appelboom. De Godard-handlanger wilde meteen zijn luchtballon leeg laten lopen en opvouwen.
Stop!
Ik heb een idee gekregen. Waarom zou ik het morgenvroeg niet nog eens proberen, wat het resultaat ook moge zijn aangezien ik nu nog in de gelegenheid daartoe ben? De onkosten zijn gemaakt, het gas is betaald en als de vulslurf goed afgesloten blijft, bestaat er geen gevaar dat het gas de komende nacht ontsnapt of uitzet, want een bijtende kou doet zich al voelen. lk laat de ballon dus waar hij is, stevig vastgebonden aan de eerbiedwaardige appelboom en bovendien streng bewaakt, verzwaar mijn mand met molenstenen en stuur mijn assistent naar Parijs om andere, nieuwe chemicaliën voor me te halen.
Een nacht is zo om, zelfs in Petit-Bicêtre, en wie weet of morgenvroeg eindelijk…?
Voor dag en dauw ben ik op. De lucht is betrokken, er valt een grauwe ijzige motregen. De goden zijn me voorwaar niet gunstig gezind.
Maar er is nog iets heel anders: Ik zie mijn ballon niet meer…!!! Jawel, hij is er nog! Maar hoe ziet hij eruit?
De ballon die we enkele uren geleden goedenacht hebben gewenst, toen hij recht en fier als een majestueuze paddestoel op zijn steel stond, ligt daar nu ineengeschrompeld, neergeploft, uitgezakt Door de nachtelijke kou is het gas verdicht en bovendien is het touwwerk van het net zwaar geworden door de heilloze miezerregen. Ik word werkelijk door pech achtervolgd. Zal ik wel omhoog kunnen?
De molenstenen worden uit de mand gehaald. Terwijl we de mand moeiteloos in bedwang houden, ontdoen we haar van het zo zorgvuldig geinstaleerde laboratorium, van de tent, van alles, zelfs van mijn beroemde (gepatenteerde!) horizontale valbijl, die door mijn hand zal worden vervangen, want ik neem enkel mijn donkere kamer en mijn geprepareerde glasplaat in een houder mee.
Ik neem plaats in het schuitje; het draait amper een halve slag om zijn as zonder van de grond te komen, alsof het moedeloos is en zich niet al te veel wil inspannen Toch valt er een lichte beweging opwaarts te bespeuren en het is duidelijk dat een minieme vermindering van de ballast voldoende zal zijn om mij te doen opstijgen, want het juiste gewicht bepalen van een massa in de orde van honderden kilo’s is in feite een even delicate aangelegenheid als het wegen van centigrammen op de apothekersbalans.
Er is geen tijd meer om nog langer te dralen: ik zal me van alle van overtollige ballast ontdoen door de mand los te maken; ik zal me aan de mandring aan de onderkant van de ballon vastklampen. Hoewel het koud is, doe ik bovendien eerst mijn overjas uit, die ik op de grond achterlaat, vervolgens mijn vest, dan mijn schoenen, dan…- maar kan ik dat wel vertellen en hoe moet ik dat doen? – bevrijd van alle last aan de buitenkant (er zijn hopelijk geen dames in de buurt…?) ontlast ik mezelf ook nog van alles wat me te zwaar zou kunnen maken – en uiteindelijk ga ik omhoog tot ongeveer tachtig meter… Meteen open ik mijn lens en sluit haar weer, en ik roep ongeduldig: “Omlaag!”
Ik word naar de grond getrokken. Met één sprong ben ik in de herberg, waar ik met bonzend hart het beeld ontwikkel. Het is gelukt! Er is iets te zien…!!!

woensdag 19 september 2012

Parijs in de herfst.



Na 20 jaar weer eens naar Parijs. Het kwam er maar niet van. Nu 2 labradors verder toch twee dagen een oppas gevonden en we konden vertrekken. De laatste Labrador die nu 10 jaar wordt voelde toch onheil. Hij kreeg buikpijn en vanaf 3 uur heb ik in de keuken gezeten met een kop thee en een boekje over Parijs "Couleur Locale van Boom.
Tegen 9 uur waren we dan toch weg. Om 14.00 klokslag waren we bij het hotel, dat zeer makkelijk te vinden was vlak bij het Gare du Nord. Hotel Bellevue.
De buurt is niet heel erg gezellig, maar ook niets op aan te merken. . Er wonen veel buitenlanders in dit deel van Parijs. De metro was dichtbij en we kregen een sleutel voor de ondergrondse garage in dezelfde straat.Personeel heel vriendelijk en een mooi modern hotel.

We zijn eigenlijk meteen weer naar buiten gelopen en met de metro 2 haltes verder op Montmartre uitgestapt. Een drukte van belang daar. Vol goede moed beklommen we de vele trappen naar boven.

Er was ook een lift ,de funiculaire, aan de linker kant waar je met je metrokaartje in kon, maar de overmoed overwon. Viel tegen en daarna 2 dagen spierpijn in de kuiten gehad.
We zochten op Montmartre plekken die ook in de film Amelie voorkwamen.En die hebben we gevonden. Ook zochten we het mooie kerkhof op Montmartre, maar daar zijn we helaas niet gekomen.Uiteindelijk gingen we maar 2 dagen,




Ben je aan gekomen en totaal buiten adem dan moet je nog verder omhoog naar de Sacré-Coeur.
Daar vandaan heb je een geweldig uitzicht over Parijs De trappen zitten vol mensen die er van genieten en ook 's avonds zit het er vol en treden er artiesten op. Heel gezellig.


Je kunt rechts voordat je de laatste treden naar de SC op zou gaan ook lopen en daar een amfitheater vinden . maar wij gingen nog hoger en dan naar links. We wilden het dorp verkennen en de wijngaard zoeken en het mooie kerkhof. Deze 2 laatsten hebben we niet gevonden. De wijngaard ligt in de schaduw achter de Sacré-Coeur en het kerkhof vlak naast de rijweg. Dat doen we dan de volgende keer.




Wij stonden opeens voor de trappen die Amelie ook gebruikte in de film.
Prachtig , die rust opeens. Dan maar eens omlaag richting Moulin Rouge naar de Deux Moulins. Het café waar de film Amelie is opgenomen.




Het café lijkt hier heel rustig, maar binnen 20 min. zat het terras vol en binnen zaten de liefhebbers van de film. Veel Japanners. Er kwam een jongen binnen, een beetje verlegen, met een fototoestelletje.


Hij ging aan de bar zitten en bestelde een biertje.
Daarna nam hij de zaak eens goed in zich op.

Daar waren de toiletten dan moest daar de sigarettenkiosk zijn geweest.....je hoorde hem denken. Dan maakte hij een foto van zichzelf terwijl hij een slok nam uit zijn flesje.
Uiteindelijk trok hij de stoute schoenen aan en ging in de buurt van een paar Duitsers een foto maken van zichzelf en de foto van Amelie op de schtergrond.

 
Het resultaat was dat de Duitsers zijn toestel namen en probeerden de foto te nemen, wat 4 maal mislukte. De flitser ging niet af. Ondertussen had het hele café er lol over. Toch had de jongen, die toch alleen was, veel lef.

Zo, die zoektocht naar de sporen van de film hebben we nu achter ons gelaten.We betalen de koffie en verlaten de zaak.
De eigenaar ervan wilde zijn zaak ooit verkopen, bedacht zich even na de film vanwege drukte in de zaak. Inmiddels is hij toch verkocht en heeft de vorige eigenaar een leuk pensioentje.

 
We dalen af. En daar is de Moulin Rouge.We hadden nog willen reserveren, maar het was vol. Je moet daar echt weken van te voren reserveren voor een week-end. Op zondag was er wel nog plek, maar helaas, dat was te laat.

We zijn dus naar het Lido gegaan en dat was wel aardig, maar ja....niet de Moulin Rouge.
Ik heb er genoten en gelijk weer een treinreis besteld voor 4 December.
Dan ga ik met de buurvrouw.
Voorlopig kan ik alleen zeggen dat ik meerdere geweldige boeken over Parijs gelezen heb.
Later schrijf ik welke dat het zijn.







zondag 8 juli 2012

Redmond O'Hanlon in levende lijve de hand geschud.

Eergisteren hoorde ik via een vriendin dat ze in de krant had gelezen dat de ontdekkingsreiziger, wetenschapper en schrijver Redmond O'Hanlon IJzendijke zou aandoen. Nou , niet echt het dorp , maar de biologische rozenkwekerij "de Bierkreek". Niet te geloven. Ik bewonder de man sinds ik hem op tv zag op de reis van de Beagle en "de reis van mijn helden". Hij straalt gezapigheid uit, is erg Engels en weet echt ongelofelijk veel. Een kenner van Darwin is hij en daarom mocht hij mee op de Amsterdam die de Beagle reis zou maken met aan boord vele wetenschappers.
Maar jaren daarvoor, nog voor 1988 , maakte hij al heldhaftige reizen door diverse onherbergzame, nooit door blanken mensen betreden, gebieden.

Volgens Boudewijn Büch is O’Hanlon de grootste reisschrijver van de twintigste eeuw. Deze bijzonder excentrieke, maar algemeen gerespecteerd Engels bioloog schreef bizarre reisverhalen waaronder klassiekers als "Naar het hart van Borneo", "Tussen Orinoco en Amazone" en "Congo".

In mijn ogen is deze gezellige man een held en die ging ik weldra ontmoeten. Mijn man kreeg het lumineuze idee om een IJzendijkse vlag te kopen en te vragen of hij deze wilde vasthouden. O'Hanlon ontdekt IJzendijke. De rozenkweker vond het maar niets. Poespas, maar als webmaster moet ik ook aan mijn website  www.ijzendijke-online.nl
denken. Enfin, ik mocht mijn gang gaan. Om 12.00 uur zou hij arriveren en dan wat rusten en eten. Tegen 13.00 uur volgde dan de doop van zijn roos. Daarna zou hij zijn boeken signeren.
Om 11.00 uur toog ik op weg met de fiets naar de kwekerij. In de rugzak de vlag van IJzendijke, mijn fotocamera en een flitser.
Er heerste al een gezellige , beetje Engelse sfeer. Overal kraampjes met alles dat met rozen te maken heeft. Rozenwater, rozenblaadjes drogers, rozen crèmes, speciale meststoffen voor de rozen, natuurlijk was er te eten en te drinken. Natuurlijk kon je er alleen biologisch eten. Er werd door de rozen velden gelopen, vragen werden er gesteld aan de kwekers. Ik maakte de nodige opnames, maar liep toch geregeld richting ingang om te kijken of O'Hanlon er al was. En opeens zat hij daar. Gewoon gezellig een een tafeltje met de kweker, gemoedelijk in gesprek.






Jeetje, ik wist niet hoe snel ik de telelens erop moest schroeven. Ik zag al verschillende mensen van plaatselijke bladen en kranten. Wilma was er ook, met wie ik gezellig een praatje kon maken.

Maar ik moest natuurlijk een beetje opletten. Het leek me het beste om mijn vragen  te tellen voor dat hij met het dopen van de roos begon. Maar de man moest eerst een hapje eten , wat hij zelf ging halen. De vrouw die naast hem zit is niet zijn vrouw, maar iemand van de uitgeverij denk ik.


Hij had zo,n leuk cameraatje omhangen. Later hoorde ik van een mede fotoclublid deze zin....






Die loopt nog met een oud type onderwatercamera (calypso nikkor), op z'n buik!!!
een uitstekende o.w.-kleinbeeldcamera. Overigens ontwikkeld door een Belg en dan aan Nikon verkocht.
Ja natuurlijk , verblijf je maanden in de rimboe, dan  heb je niets aan een digitale camera die je moet opladen enz. Boevendien , wanneer je in het water valt moet hij het nog doen.
Toen hij bijna klaar was met weten kwamen er al de eerste mensen vragen of hij hun boek wilde signeren. Natuurlijk deed hij dat. En met veel overgave, Hij wilde eerst iets weten over je en dan schreef hij overal behoorlijk wat tekst in het boek.
Na de derde besloot ik dat nu de vlag aan de beurt was. Maar inmiddels had ik ook al een vlag van Zeeland gekregen van een andere 4 kwekers.  Zij vond dat hij beter de Zeeuwse vlag kon vasthouden.
Dus ik onderbrak Hans , de rozenkweker die het maar poespas vond, in zijn verhaal, niet erg aardig van mij, maar anders kwam ik er zeker niet meer tussen. In mijn beste Engels vroeg ik hem of hij mij die dienst wilde bewijzen en natuurlijk deed hij het. Het was een erg grote vlag voor een man alleen , maar het lukte. Daarna nog de Zeeuwse vlag en ik was tevreden.
Nu kon ik rustig een wijntje gaan drinken. Toen ik me omdraaide zag ik dat Wilma ook deze vlagfoto had genomen. Zijn er 2 mensen blij.


Later kwam de vriendin ook nog even naar de man kijken. Toen hebben we nog eens de stoute schoenen aangetrokken en heeft zij een foto gemaakt waar mijn held en ik samen opstonden.
Hij gaf me een enorme smakkerd op mijn wang.
Dat was nog eens een geslaagde dag,


zaterdag 30 juni 2012

De fotostudio

De fotostudio is af. Van de zolder naar de garage verplaatst. Wat een genot. Vroeger moest ik op de trap hangen om een foto te kunnen nemen en nu kan ik werken met groete achtergrond doeken die elektisch verwisselbaar zijn. Er kan een paard naar binnen bij wijze van spreken. Dat zou zonde zijn van de vloer, die 3 maal gechilderd is en er zouden nog meer dingen kunnen sneuvelen, dus we houden het bij kleinere dieren zoals honden, katten, kippen en cavia's.Het allerleukste is om mens en dier samen te fotograferen. De sfeer is ontspannen omdat het dier altijd iets onverwachts doet en de liefde voor het dier straalt van hen af.
Na enkele mensen van de straat te hebben geplukt die hun honden hier uitlaten kwam de eerste opdracht. Een moeder met 2 kinderen. Ik vroeg of ze dieren hadden en het antwoord was ja. Kippen, cavia', hamster Charley en een mooie zwarte kat. Neem alles maar mee, wanneer de dieren daar zelf geen bezwaar tegen hebben. Oh nee, was het antwoord. Ze zijn zo mak als lammetjes.
En zo stond er op de bewuste dag een auto voor de deur waar een meisje uitstapte dat eruit zag als een prinsesje. Ze had een wit communiejurkje aan compleet met een bloemen diadeem en daaronder een stralend gezicht. Dan stapte er nog een meisje uit, zo prachtig, met een zacht bruin en crème kleurig jurkje waar ze mee naar de koningin kon.Mamma was ook onherkenbaar. Een crèmekleurig jurkje dat vrolijk wapperde in de wind met hoge hakken aan haar lange benen, die weer in kousen zaten met aan de bovenkant een mooie band , heel erg sexy, maar super beschaafd.
Daarna werden alle dieren er voorzichtig uitgehaald. Ieder in zijn of haar kooitje.
Maar ze hadden nog meer kleren mee, die weer zouden zorgen voor een totaal andere uitstraling. De vrijetijd look. Alles werd de studio in gedragen en toen ging de kanteldeur dicht.
Ze keken dan ook verrast toen de kleine lampjes aan het plafond aangingen en de ruimte mooi verlicht werd door de sofboxen. Het zwarte doek hing al klaar. De ventilator zorgde ervoor dat hun lange haren zachjes in de wind wiegden en moeders kous af en toe zichtbaar werd onder het opwaaiend jurkje.
De foto's waren eigenlijk al gelukt voordat ik was begonnen. Het prinsesje in haar communijurkje bleek over veel humor te beschikken en er werd al direct veel gelachen. Ze bewogen en keken zo natuurlijk in de lens.Wat een genot en je verdiende er uiteindelijk ook nog wat mee.
Wanneer de kat , die uiterst kalm in de armen van de meisjes bleef hangen, klaar was met zijn optreden liep hij rustig weer terug naar zijn hokje.Het haantje was ook bereidt om zich in alle standen te laten fotograferen, dus alles liep voorspoedig. De foto's zagen er geweldig uit en we hadden nog maar de zwarte achtergrond gebruikt. Net toen ze zich om wilden kleden en ik de witte achtergrond wilde laten zakken , toen bleek dat de kat niet meer in zijn hokje zat. Wat op zich niet erg was, want hij kon vrij in en uit lopen. In de garage was er geen mogelijkheid om te ontsnappen. We hadden hem wel gehoord en het geluid kwam van boven, maar hadden er geen acht op geslagen.
Toch drukte het de stemming dat we hem niet zagen. Het diertje kon op het open zoldertje zitten of in de kano die hoog aan de muur hing. We besloten om eerst de kat te gaan zoeken, voordat we verder gingen met de fotosessie. Alle ladders moesten van de muur gehaald worden, de lampen moesten verzet worden , het communie-jurkje lag verkreukeld in een hoek met de caviadoos er bovenop. De boot werd doorzocht met het licht van 2 mobieltjes, maar daar zat hij niet. Het oudste meisje toog voorzichtig naar de opgeruimde doch niet smetteloze zolder. Ze vonden het erg spannend want er waren veel donkere ruimtesen je hoorde dan ook veel zachte gilletjes en andere angtige geluiden . Niets te zien, was de uiteindelijke conclusie.
Kan niet...was mijn conclusie. Daarop klauterde het prinsesje , dat haar prachtige gewaad had ingeruild voor een kort spijkerbroekje en een lichtblauw omhoog geknoopt bloesje, naar boven. Gelukkig, na enkele angstige kreten op zolder hoorden we de verlossende woorden "ik zie hem".
Opluchting alom. Hij zat een een opgerold kleed dat in de nok boven een plank geschoven was. Met een bezemstok is hij eruit gehaald door grote zus. Alles was weer veilig aan de grond, behalve het prinesje. Door de wat onhandige opstelling van de ladder, die half onder het stalen frame van de kanteldeur zit, durfde ze niet naar beneden te komen. Haar benen waren te kort voor de eerste stap op de oude ladder. Met overredingskracht en een helpende hand kwam ook zij weer heelhuids beneden. De handen werden gewassen, de kleding afgeklopt en de ladders werden weer op hun plaats gehangen. Binnen no-time zag hele studio er weer keurig uit. Het tweede gedeelte verliep net zo ontspannen als het eerste. Alle dieren werden als slot erbij gehaald om de groepsfoto te maken.
Uiteindelijk moesten we stoppen vanwege de tijd en natuurlijk vanwege de dieren die toch ook wel last moesten hebben van de warmte ondanks de koelte van de ventilator.
Ze hielpen allemaal mee alles weer in de auto te zetten, toen bleek dat Charley de hamster zich een weg had gebeten door de doos heen. Nou, die kon in iedergeval niet op zolder zitten en werd al snel getraceerd in een smalle ruimte naast een kast.
En zo reed de familie weer naar huis en wachtte mij het leuke werk om al deze gemaakte foto'te gaan bekijken en klaar te maken om op een dvd-tje te zetten en naar hun toe te sturen.
Wanneer het altijd zo leuk wordt, dan ..............laat de mensen maar komen.

zaterdag 9 juni 2012

De psycholoog

De psycholoog heeft een ernstige kwaal, namelijk geldgebrek.
Hij kwam naar onze garage omdat de auto het begaf. Iedere dag moet hij een eind rijden, want zijn praktijk is in Antwerpen gezeteld. Ook rijdt hij graag in een grote auto, vanwege de aftand en het iets veiliger is.
De auto's die hij rijdt hebben hun beste tijd gehad en vertonen iedere week mankementen. Wanneer het vehikel niet meer te redden is koopt hij waar dan ook een ander wrak.
Dan zien we hem weer verschijnen. We zien hem vaak verschijnen, want de betaling gaat ook in kleine beetjes tegelijk. Nou vinden wij dat niet erg, want hij komt zijn beloftes altijd na en......hij is aangenaam gezelschap. Heeft veel interesses en kan heel boeiend vertellen .

Onlangs kwam hij weer met een andere auto. Die lekte zoveel benzine dat hij dacht dat hij de garage niet zou halen.
Hij zag er vermagerd uit, wat hem niet misstond . Hij vertelde dat hij met de vorige auto een zwaar ongeluk gehad had. Hij was nog maar net 2 weken uit het ziekenhuis.
Om 3 uur in de morgen kwam hij van Antwerpen ( van zijn werk)en werd vanachter aangereden door een slapende bestuurder van 21 jaar. Hij wist van niets meer. Buiten westen hebben ze hem uit de auto gehaald en met een nek brace in de ambulance gelegd. Zijn nek had geen schade, alleen een enorme zwelling van de gordel. Maar zijn rugspieren zijn ernstig gekneusd.
In het ziekenhuis werd hij naast een patiënt gelegd die 24 uur alles bij elkaar riep. De man had een hersenbloeding gekregen thuis en is pas na 2 dagen gevonden. Toen riep hij om hulp en dat bleef hij doen. De verpleegsters die meteen een zwak hadden voor de sympathieke psycholoog vroegen of hij ergens anders wilde liggen. Maar hij wilde bij de roepende man blijven, zodat die gerustgesteld kon worden door hem. Dat hij wist dat iemand hem hoorde."ja, ik ben 24 uur per dag met mijn vak bezig."
Na 4 dagen mocht hij naar huis. DeTurken die hem van de nodige auto's voorzien , hadden al voor een andere gezorgd. Daarmee kwam hij aan stotteren. Hij was snel gerepareerd.
Toen hij hem kwam ophalen vertelde hij zijn verhaal.
Het had hem veel gedaan, zei hij. Voor de eerste keer in een ziekenhuis. Niemand die hij wilde verwittigen. Ook mocht niemand aan hem komen om hem te verzorgen. Hij was zeer geëmotioneerd in het ziekenhuis. Na een dag lukte het hem om zijn oudste zoon te bellen. natuurlijk kwamen zijn kinderen hem daarna bezoeken. Van zijn vrouw leeft hij gescheiden maar wel in dezelfde straat. Dan kan hij iedere dag naar haar huis wanneer ze naar haar werk is en kan hij daar een beetje helpen in de huishouding. Zijn kinderen wonen daar ook en die maken ook de nodige rommel.
Hij werkt meestal tegen de middag en in de avond en kan dan zo zijn steentje bijdragen.
Ja, hij is een sympathieke man, onze psycholoog.