donderdag 26 augustus 2010

Een persoonlijkheids drama.


Sinds enkele weken komt er in de garage een jongeman van een jaar of 23 met een sjiek wit petje op, sportschoentjes aan en donker gekleed.
Hij rijd in een enorme Alfa 166
Wanneer hij uit zijn auto stapt zie je een zelfverzekerde macho man die zijn geluk niet op kan met zo’n auto. Een droom die werkelijkheid is geworden. Voor 2000 euro was hij de eigenaar van dit prachtstuk geworden. Nee, garantie kreeg hij niet, de auto was al voor niets weggegeven, vond de garagehouder. Daar wij een garagebedrijf zijn die gespecialiseerd is in Renault, Fiat en Alfa, kwam hij eens vragen of het vreemde geluid dat opeens ontstaan was van een spanrol kwam. Zijn vriend, die monteur was, had dat gezegd. Nico, onze monteur en Adrie, mijn man, keken er na . Adrie zei tegen hem dat hij een mooie auto had gekocht. Maar vroeg ook of de distributieriem was vervangen. Want dat was eigenlijk het enige kwetsbare punt aan deze auto. Ja hoor, kijk maar hier. Staat in het boekje, zei hij vol overtuiging. Ja, maar er staat wel geschreven dat het gebeurd is, zei Adrie, maar er staat niet bij hoeveel Km en ook geen stempel of naam van de garage of van de monteur. Nee, het is echt gedaan hoor, dat weet ik zeker, sprak de jongen. De afspraak werd gemaakt om de roller van een multieriem te vervangen wanneer hij binnen was. Aan de distributieriem moest niets gebeuren, zei de jongen. Toen hij terug liep naar zijn auto kon ik hem eens goed bekijken, want het was echt een speciale twee-eenheid. Met zijn borst vooruit liep hij naar de auto toe en wanneer hij er was deed hij zijn hoofd omlaag en maakte op een stoere manier de auto open. Het leek op een filmster die nagekeken wordt door duizenden fans en hij voelde die ogen prikken. En dat alles door die grote zwarte Alfa. Met ronkende motor reed hij behoedzaam weg. Adrie moest glimlachen om de trots van die jongen . Dat had hij al zo vaak gezien.

Vandaag kwam hij terug. Nee, het rolletje was er nog niet maar kon elk moment binnen komen. OK, dan kom ik wanneer je me belt. Maar na een half uur kwam er een auto op het terrein van de garage rijden met een sleepkabel en aan die sleepkabel hing……..die goddelijke Alfa. In die Alfa zat die jongen, die toen nog een beetje zenuwachtig lachte. Hij stapte uit en riep naar de monteur,”hier heb je hem”. Het drama was gebeurd. De riem was gebroken en de motor naar de filistijnen. Daar de auto maar 2000 euro kostte was hij eigenlijk total loss. Hij kon nu beter een andere kopen, dat zou goedkoper zijn dan deze te laten repareren.

De jongen stond als een gebroken man voor de auto. De rechte rug stond gebogen, zijn hoofd keek naar de grond. Adrie stond er naast en er werd niet meer gesproken. Zo stonden ze wel 5 minuten. De jongen kon geen woord meer uitbrengen door de shock. Dit was het einde. Zijn trots, zijn image…..alles in een keer weg. Nu kon hij met de bus naar huis, geamputeerd van zijn geliefde auto. Dit alles las je uit zijn houding. Hoe moest dat vanavond bij zijn vrienden, wanneer ze misschien heimelijk blij waren dat hij nu alles kwijt was. Nee, hij kon nu even geen zinnig woord meer uitbrengen. Ze hebben hem in stilte de garage uitgeduwd naar een stuk parkeerterrein waar meer niet meer te repareren auto’s stonden. Het leek wel een stille begrafenis. Ze vertrokken daarna in de auto van zijn vriend . Hij keek niet meer om, dat kon hij duidelijk niet meer opbrengen.

donderdag 10 juni 2010

Herkenning



Het komt voor dat je opeens oog in oog staat met een vreemde op de TV en dat je in een klap die herkenning voelt.Je kent ze niet maar er is een enorme klik met die persoon. In de eerste minuut al.Zoals ze daar zat te spelen op haar trekzak. De muziek die ze erop speelde. De eerste woorden die ze sprak over het feit dat je je zelf niet ziet zoals een ander je ziet. Dat herkende ik ook bij mezelf heel erg.Het was een knappe documentaire,dat is zeker. Ze lag met een foto al maanden op mijn salontafel. Ze stond op de kaft van "hoe schrijvers wonen". Een alleraardigs boek waar een vriendin me attent op maakte en dat ik nog ergens 2 de hands op de kop kon tikken. Toen dacht ik meteen "daar moet ik iets van gaan lezen", maar door de prachtige documentaire ging alles in een sneltreinvaart.
Ik trof 2 dagen later een schilder die haar kende en haar ook een toffe madam vond. Hij was Belg en kende haar een beetje, had ook nog eens met haar gegeten enz.Hij vertelde dat ze een geweldige schilder was en een geweldig schrijfster. Begin maar met Rachels rokje, raadde hij mij aan.Het had hem ontroerd. Dezelfde avond had ik het besteld en 4 dagen later lag Koetsier Herfst ook al in huis. Nu liggen er 4 boeken en div. prenten in huis. Alles wordt verslonden en herlezen.
Het lijkt alsof ze haar gedachtes zo op papier heeft gezet, maar het is toch wel degelijk zeer doordacht en heel origineel.
Die vrijheid, het tegendraadse, het liefdevolle, het kunnen opschrijven van gedachtes, de geweldige humor. Maar ook heel ontroerend. En voor je het weet ben je een fan. Ja een fan van een schrijfster. Als dat geen stimulans is om meer te schrijven , dan weet ik het niet.
Nu stimuleert ze Annemieke en mij ook nog eens om deel 2 te maken van Zwientje. Nou, wij willen niets liever. Ze gaat ons helpen. Dus het is echt een wonder. Wat is het leuk om door dat kleine boekje Zwientje 2 lieve vriendinnen over te houden. Anneke uit Zwolle, ook een schrijfster. Zo kom je in eens in een andere wereld. De wereld waar je eerst van droomde is werkelijkheid.
Anneke en ik gingen op de dag van ons jaarlijkse uitstapje met de trein naar Den Haag. Naar het Letterkundig museum. Ik als fan van Charlotte, want er was daar ook een kleine tentoonstelling over haar met vele prachtige schilderijen van haar hand en zij als schrijfster die erg geïnteresseerd is in andere gedreven mannen of vrouwen. In dit geval schrijvers.
We waren daar helemaal op onze plek en we zijn ook nergens anders meer heen gegaan. Dat was genoeg voor ons. Al die prachtige schilderijen , meer dan 400 dacht ik.
Ik citeer even van de website
Van Kader Abdolah tot Joost Zwagerman, van Louis Couperus tot Judith Herzberg en van de Schoolmeester tot Toon Tellegen; sta oog in oog met schrijvers van toen en nu. Bejubeld, verguisd of vergeten. Alfabetisch op schrijversnaam zijn meer dan 500 portretten te zien. Brutaal, vitaal en onconventioneel.

De een nog mooier dan de ander en allemaal schrijvers. Kleine tentoonstellingen in vitrinekasten van o.a. Inez van Dullemen,



Ook Peter van Straaten werd er geeerd. Hij had de Jacobus van Looy-prijs toegekend gekregen.


Ook een vitrinekast over Driek van Wissen. Dit naar aanleiding van zijn plotseling overlijden .Hij was dichter des vaderlands. Helaas heb ik dit niet gezien.Ik moet nog eens terug.
Anneke en ik waren helemaal blij van zoveel moois.Wat een goede keuze om daar heen te gaan.
In de trein terug naar huis kon ik op mijn gemakje al het leesvoer doornemen. Wonder boven wonder was de trein nagenoeg leeg.Het mooiste boek was natuurlijk het schrijversprentenboek( zoals Charlotte het noemt) van Charlotte, dat ik daar gekocht had .Anneke had mij ook nog een leuk schrijvers tijdschrift cadeau gedaan, dus woorden genoeg voor die dag.
Thuis gekomen wilde ik alles vertellen, maar ook meteen de foto’s bekijken en het mooie einde van de dag was wel het mailtje van Charlotte die informeerde naar deze dag en natuurlijk ook naar de varkens en naar Annemieke.

Ja, wanneer je echt iets wilt in hart en nieren en je gaat ervoor dan wordt het toch beloond. Dit is het bewijs.

woensdag 28 april 2010

Schroeven en spoken

Dit verhaal is een opdracht geweest van een cursus schrijven. Er moesten 3 citatan in zitten van 3 schrijvers en daar moest ik een verhaal van maken. Het cursief geschrevene komt van de andere schrijvers.

Stil zat ik in het schuurtje. Het schuurtje waar mijn vader altijd zat te knutselen. Ik zag de schaven hangen. Netjes op rij. Hij was erg netjes, mijn vader. Hij kon niet werken wanneer alles door elkaar lag. De beitels, verschillende hamers en zagen, alles netjes op het karretje of aan de muur.
Ik zat soms uren stil te kijken hoe hij van een lang hoekig stuk hout opeens een ronde, mooie kandelaar kon maken.
Ik mocht dan de doosjes met de schroeven opruimen. Schroefjes sorteren op lengte en dikte. Ik deed het graag. Voelde me belangrijk .
Vader vertelde dan een verhaal terwijl hij doorwerkte
Ook schroeven zijn ventjes. Kijk maar eens naar de verschillende gebruikte schroeven, zelfs van hetzelfde type en dezelfde maat. Ze hebben allemaal een ander gezicht.De ene lacht, de ander huilt, weer een ander grijnst, weer een ander peinst.Ik speelde dan met de schroefjes en de boutjes mijn eigen verhaal.

Dit alles is lang geleden. Vader is alweer enkele jaren dood.
Ik genoot altijd van dat samen zijn. Mijn vader voor mij alleen. Het schuurtje gaf een veilig gevoel.
Mijn broer Jan die 2 jaar ouder was en mijn jongere zusje Mieke kwamen er zelden.
Jan had veel vrienden en was vaak op straat te vinden. Ik vermaakte me liever in huis of in de tuin met kleine dingen.
Mieke was 3 jaar jonger dan ik en hing nog veel aan moeders rokken. Ze was een vrolijk kind die graag naast moeder zat wanneer zij piano speelde of borduurde.

Mijn moeder…, de gedachte aan haar is altijd dezelfde. Haar gezicht kan ik niet goed voor me halen maar altijd komt dit beeld naar voren:
Ze zat voor het raam en keek naar buiten. Ze was zich niet bewust dat ik ook in de kamer was. Ik liep naar haar toe, wilde haar aanspreken, maar iets in mij zei dat ik stil moest zijn.
Een floers voor mijn ogen, een gevoel van zwaarte daarachter.
Hoe bleek is ze. Een herinnering, die me overweldigt. Ik was 9 jaar
, mijn moeder was ziek. Op dit moment drong het tot me door dat ze zo teer was. Mijn trotse moeder zat daar zo stil en breekbaar . Ze was al langer wat ziek, maar de ernst van haar ziekte openbaarde zich nu voor me. Ik was wel nog jong, maar een kind voelt haarfijn aan wanneer er iets niet klopt.
Moeder probeerde wel vrolijk te doen voor ons kinderen maar al snel moesten wij haar dan ook weer met rust laten omdat ze moe werd. Vader probeerde dan de sfeer weer op te peppen met vrolijke grapjes naar ons toe, maar we voelden allemaal dat het niet goed kwam.
Op een avond kwam vader beneden en heeft ons alle drie gevraagd naar boven te gaan. Het was een afscheid voor altijd. Spoedig daarna is moeder gestorven.

Daarna heeft vader voor ons gezorgd. Hij zorgde ervoor dat we niets te kort kwamen, kookte en waste, maar hij was tijden niet meer dezelfde vrolijke man die met ons stoeide en verhalen vertelde.
Na enkele maanden besloot hij dat er een huishoudster moest komen voor al de dagelijkse beslommeringen. Een vrouw die de boodschappen deed, die kookte, die de was deed en die lief was voor de kinderen.
Op een dag stond ze voor de deur. Een stevige vrouw, rond de 50 jaar. Net wat we verwacht hadden. Ik had er nog wel vrede mee, maar mijn broer was niet van plan om enige medewerking te geven aan ‘dat mens’.Hij maakte de deur open, liet haar binnen en riep naar vader dat er bezoek was, om vervolgens zijn jas te grijpen en naar buiten te lopen zonder ook maar een woord tegen haar te spreken.

Zo kwam mevrouw van Diederen in huis. Het leven ging verder .Het was nog stil in huis maar ze zorgde dat het er schoon bleef en dat er lekker eten op tafel stond. Ze plukte soms bloemen uit de tuin en zette ze in huis. Er was een zekere mate van gezelligheid terug gekeerd.
Ik trok nu iets meer met mijn zuster op maar Jan bleef steeds vaker van huis. Jan was niet van zins om de plek van onze moeder te laten innemen door een vreemde vrouw waar we gemakkelijk ‘buiten konden’, vond hij.
Hij probeerde dan ook ons in zijn verzet mee te slepen. Op een avond zaten we bij Mieke op de kamer en Jan vertelde ons vol vuur dat hij een plan had. Mevrouw van Diederen zou uit zich zelf vertrekken wanneer we met hem zouden meewerken. We hadden alleen lakens nodig en dan zouden we, wanneer vader naar de ouderavond was en mevrouw Van Diederen wat langer bleef, haar de stuipen op het lijf jagen. Mieke en ik waren niet bijster enthousiast maar Jan hield voet bij stuk en zo kwam het dat we op die bewuste avond tegen achten alle drie getooid waren als spook.
(3)Laten we gaan, zei mijn broer dreigend. De deur van mijn zusters kamer sloeg open en in een prisma van licht wiegden we, gehuld in lakens, de gang op. Onder het slaken van spook geluiden stonden we voor de keukendeur waarachter mevrouw van Diederen de laatste hand aan de afwas legde. Jan duwde de klink naar beneden en de vrouw draaide zich verbaast om. Ze keek met open mond naar de drie spoken . Jan vloog door de keuken met vreemde sprongen . Mieke en ik bleven verlegen in de deuropening staan.
De vrouw kwam langzaam weer bij zinnen en in plaats van gillend het huis te verlaten vroeg ze of de spoken ook zin in een kopje thee hadden.
Mevrouw van Diederen is nog vele jaren bij ons gebleven Vader is na jaren weer hertrouwd en Jan, die wordt nog veel geplaagd door zijn kinderen met dit spookverhaal.

Jan Hanlo/Jan Wolkers/Ria Brugge

dinsdag 20 april 2010

De vrome lezer of.........







Het is toch vreemd hoe een mens de ene keer op iets reageert buiten de andere keer. Je loopt door een bos en je ziet opeens een blote man midden op het pad die een boek leest. Aan de ene kant een fiets in de hand en in de andere hand een open boek . Waarschijnlijk probeer je hem te ontwijken door de andere kant op te lopen, het bos heeft daarvoor vele mogelijkheden. Behalve wanneer je een jonge labrador bij je hebt die dol is op onverwacht bezoek. Met of zonder kleren, maakt geen verschil voor een dier.De hond ziet de man het eerst en wil hem gaan begroeten met zijn altijd aanwezig enthousiasme. Hij is niet van plan om terug te komen, dus moet je er achteraan.
Je vraagt je ondertussen vertwijfelt af wat je moet zeggen wanneer je vlak bij hem bent. 'Goede morgen' of 'hoe gaat het' of 'lekker weertje vandaag'! Je bent nog nooit in zo'n situatie geweest. Ja, in Frankrijk , op een naturisten camping. Daar zeg je gewoon 'goede morgen'.Je verwacht daar dat je ze tegenkomt op het pad. Je denkt er niet over na. De man loopt te genieten van de vrijheid, op die camping. Niets geen gedoe met kleding dat knelt, natte zwembroeken uit zien te trekken in een washokje en ook weer aan zien te trekken. Rijen mensen die wachten dat je eindelijk eruit komt. Nee, dat heb je daar niet. Je loopt erin, tralalalie en klaar. Je laat je aan de lucht drogen. Wat een heerlijk gevoel. En iedereen vindt het normaal. Niemand denkt verkeerde dingen over je.Was deze man nu ook met een tiental soortgenoten in ons bosje geweest, dan denk je dat de naturistenclub op pad is.Dan zeg je vriendelijk goedendag en misschien maak je een praatje. Maar een man alleen in zijn blootje, daar schrik je van. Je denkt dat hij of een beetje gek is en erop uit is om te choqueren of dat hij je gaat lastig vallen. Mijn eerste gedachte was nu, hoe hou ik alles heel bij de man met zo'n wilde hond die in alles een speeltje ziet. Maar doordat de man niet bewoog was het voor de hond ook opeens verdacht. Mensen bewegen en doen ze dat niet, dan hebben ze een plannetje. Hij stopt dus ook en dan bekijken ze elkaar. Dan gaat hij kwispelen, alleen de hond denk ik. Ik durfde zover niet te kijken. Nu moest ik snel zijn en zag kans Bas bij zijn start te grijpen. Gelukkig. Vlug aan de riem. Omkeren was geen optie, Bas wilde vooruit en wilde vooral die bloterik begroeten en besnuffelen. Dus daar gingen we. Ik was er nog niet uit wat te zeggen. Misschien even afwachten wat hij zou zeggen.
Nu waren we vlakbij. Hij las aandachtig staande de bijbel. Zou hij het allemaal letterlijk aan den lijve willen meemaken. Geen idee. Hij was van middelbare leeftijd, dacht ik. 'Goede morgen', piepte ik. 'Goede morgen', zei hij terug. Nu de hond , die zwaar naar links helde, proberen op het rechte pad te houden.
Ja, gelukt. Nu in looppas het bos door. Nee, kalm aan. Hij doet niks. Hij is een zon aanbidder en waarschijnlijk een naturist van geboorte. Helemaal niets bijzonders.
Maar waarom midden op het pad? Hij wilde duidelijk gezien worden. Of hij wilde misschien overal lekker bruin worden .
Hoe dan ook.Toen ik het bos doorgekrost was en weer op mijn werk was, toen kon je op je vingers natellen dat ze mij niet geloofden. Nee, dat had ik gedroomd of misschien wel gewild.
Maar de volgende dag durfde ik toch niet alleen meer het bosje in.Ik heb een weekje gewacht en hem daarna nooit meer gezien.

zaterdag 17 april 2010

Lentekriebels



Soms heb je van die dagen dat je barstensvol energie zit en dat je toch nergens toe komt. Vandaag was zo’n dag.
Het beloofde een geweldige dag te worden. Windstil met een beetje grondmist. Eindelijk een buitendag na al die dagen met een steenkoude noordenwind. De tuin lonkte.Ik hoorde het winterkoninkje al uit volle borst roepen”kom naar buiten en zoek mij “. Het werd wel tijd om eens een beetje opruiming te houden. De paardenbloemen staan er stralend bij, het mos siert de aardbeientuin als nooit tevoren. De waterlelie in de lekkende tuinvaas staat droger dan wenselijk is. Daar ga je dan. Vol goede moed. Gelukkig is het gazon al gedaan, dus het zag er op het oog best gezellig uit.

Toch maar eerst een kop koffie. Lekker even buiten opdrinken en genieten van de vogel geluiden. Jeetje, waar is de camera? Wat prachtig, die zonnestralen die door de bomen schijnen en omfloerst worden door de optrekkende mist. Klik klak. Dat hebben we. Oh, even van die kant, daar is het nog mooier te zien. Wouw….wat een mooi gezicht. Als een bezetene ren ik door de tuin met de camera. Op zoek naar betoverende stralen.



Ondertussen is de inmiddels koude koffie toch op. Aan de slag. Nee, eerst even de was inzetten. Zo, dan de boodschappen naar de kelder brengen en in diverse kastjes opbergen. Nu kunnen we echt naar buiten. Of toch eerst even de mail checken, dan heeft de ziel rust.

We beginnen een beetje rustig om erin te komen. De vijver heeft wat draadalg, die maar eerst er even uitvissen. In de verte hoor ik ezel Fillemon balken, die krijgt zeker nu zijn eten. Ik zal een sms’je sturen naar Annemieke van wie de ezel is. Het is toch wonderlijk om haar ezel hier te kunnen horen balken 1,5 Km verderop. Dat moet ik haar toch even schrijven.

Wat nu, het is nog wat vroeg voor het zware werk , zoals het hanteren van de spa. De plantjes in de kas kunnen wel wat water gebruiken.

Wouw, ook een plaatje. De dampen slaan uit de kas.

De ruiten zijn beslagen en het frisse lentegroen van de sla lijkt wel licht te geven. Waar had ik nou de camera? Even halen….klik klak. Prachtig. De waterput in de kas moet nodig bijgevuld. Kunnen we even doen. De waterput krijgt via een dompelpomp in de regenput via een uitgekookt systeem met slangen die uit het schuurtje komen en onder de grond weer in de put van de kas terecht komen. Geen moeite, het gaat van zelf.

Wat is dat voor een kindergehuil? Het zijn de jonge kauwtjes die eten krijgen van hun vader en moeder. Nou, net baby’s. Aangestoken door dat gehuil begint opeens het winterkoninkje weer met zijn deuntje. Ja, daar komt het antwoord al in de verte. Waar zit hij toch? Och , hier vlak boven mij in de appelboom.



Jeetje, gelukkig hangt de camera om mijn hals. Ja, ik heb hem. Nu laat hij zich naar beneden vallen . Op nog geen halve meter van mij vandaan gaat hij scharrelend tussen de bladeren eten zoeken. Maar dan is hij met zijn bruine veertjes haast niet te volgen. Weg met de camera. Aan de slag. Spa, hark, kruiwagen. Alles bij de hand. Waar zijn de klompen? Zo, beginnen maar lekker in het zonnetje. Die geeft nu toch wel al een weldadige warmte.

Nee hè. Begint de wasmachine te piepen. De was moet eruit. Dat maar eerst doen nu de handen nog schoon zijn. Heerlijk, kunnen die lakens er vanavond meteen weer op. Dan ruikt het zo lekker fris en het slaapt echt beter.
Weet je wat. Ik zet alvast de dikke zomerse zachte tuinstoel buiten. Kan die ook weer eens luchten en dan leg ik de camera en het nieuwe boek erbij. Ben ik dan toe aan een boterham, dan kunnen we meteen even lezen. Of, nu even een hoofdstukje doen? Ja, laat ik eens kijken of het wat is. De hond komt nu ook buiten en legt zijn kop op mijn voeten. Heerlijk, wat is het een mooie morgen.
Nou krijg ik zoveel zin om zelf wat te schrijven. Zal ik de laptop ook even hier neerzetten. Waar zal ik het straks eens over hebben? Over de aswolk die het vliegverkeer stil legt? Nee, natuurlijk over de tuin en alle verleidingen die dat met zich meebrengt.

Het verhaal is geschreven. Nu toch even met de spa in de weer. Jammer dat ik nu net in de schaduw sta en het daar toch wel wat koud is. Ik moet maar een zonnig plekje zoeken. Heerlijk. Ik denk dat ik toch nog een stukje lees. Een lekker wijntje erbij. Het is tenslotte weekend. Och wat zalig, zo achter de haag. Je wordt er suffig van. Ik denk dat ik het tuingereedschap maar opberg. Het zit er niet meer in vandaag. Moet toch zo gaan koken en…morgen is er nog een dag.

maandag 5 april 2010

Paasweekend




Het is opvallend dat op Pasen zoveel gefietst wordt. Niet gewoon gezellig met het kindje achterop en het hondje voor in het mandje, maar van die groepen mannen die als gekken over de wegen vliegen in wielrennerpakjes met helm en geschoren benen en die daarbij enorm veel kletsen en allemaal door elkaar. Met tegenwind schreeuwen ze elkaar zelfs toe. Allemaal stoere praat over hun prestaties op die en die koers.
Het is een geluk dat ze zo kletsen, dan hoor je ze tenminste aankomen, voordat je vanachter geschept wordt door die meute.
Je hebt ze in diverse soorten van groepen .
De groep die per 2 of 3 rijdt . Een persoon voorop roept dan naar achteren ‘pas op, hond en 2 mensen’…waarop iedereen achter elkaar gaat rijden en vriendelijk goeden dag zegt.
Dan de groep die per 3 of 2 rijden en die niets roepen , maar ook geen goedendag zeggen. Ze zijn er opeens en je schrikt je te pletter.
En dan is er de groep die met 6 of 7 man naast elkaar rijden, dus de hele meute bij elkaar. Allemaal op een kluitje. Een kluit van zo’n 30 man die je tegemoet vliegen en die zo blijven rijden en waarbij je dan uiteindelijk met hond of kind in de prikkeldraad moet gaan hangen om niet geschept te worden. De laatste roept dan nog iets onaardigs er achteraan. Een of andere Belgische vloek of zo.
Niet dat ik hiermee wil zeggen dat de Belgen de ergste zijn, maar hier in de polders van Zeeuws-Vlaanderen zijn het gewoon meestal Belgen, vandaar.

In Zuid-Limburg is het helemaal onmogelijk om op een Paasweekend gezellig met de auto de heuvels in te rijden met het gezinnetje en ergens in Margraten op een terrasje te belanden. Levensgevaarlijk ten eerste. Op een smalle weg die stijl omhoog gaat maak je kans op een frontale botsing bovenaan de heuvel. Je weet niet dat daar aan de andere kant van de heuvel net een colonne fietsers zwetend en laverend de weg op aan het klauteren is . Dan is er verder toch geen doorkomen aan. Of je zit tussen de wielrenners in of er achter of meestal allebei. Nee, lekker thuis blijven is het advies in het Limburgse heuvelland. Gewoon het biertje op het verwarmde terras achter het huis nemen en wachten totdat de fietsende toerist Limburg weer heeft verlaten en de Mergellandroute van dinsdag tot vrijdag voor de automobilist en de wandelaar weer toegankelijk is.
Op de Zeeuwse wegen zie je ze als wandelaar wel al minuten van te voren aankomen en kan je proberen je gezin in de graskant tegen de dijk te drukken. Ze beheersen de wegen op Pasen, dat is een feit. Morgen is Pasen weer voorbij en dan is het weer heerlijk wandelen in Zeeland

zondag 4 april 2010

De dirigent

Schijn bedriegd is het spreekwoord.
Zo moest ik op een dag naar een dorpje verderop om een groepsfoto te maken van het koor aldaar.
Ik had afgesproken met een koorlid dat we elkaar zouden treffen voor de kerk tegen 18.30 uur. Een vreemde tijd, dat geef ik toe, want iedereen zou zich moeten haasten om direct na het eten te komen en sommige moesten van eten afzien. Zo ook de dirigent. Die woonde nog een half uur rijden verder en moest meteen van zijn werk komen. Maar het zou ook nog kunnen dat hij niet kwam.
Maar die tijd was gekozen omdat het laat in de zomer was en het al vlug donker zou zijn. Ik wilde de foto het liefst buiten nemen.

Ik was iets eerder bij de kerk als afgesproken. Er was dan ook nog niemand te zien, dus installeerde ik alvast mijn statief en keek eens door de lens of er licht genoeg was. Ja hoor, het kon nog wel een half uurtje wat licht betrof.
Daar kwam een mevrouw op een fiets. Ze zei niets en zette de fiets tegen de kerk .Ik vroeg haar de fiets ergens anders te zetten vanwege de foto. Geen probleem, ze ging hem verzetten. Op dat moment komt er een pick-up truck aanrijden van het Waterschap , draait het kerkpad in het rijdt met een enorme snelheid op de kerk af, rakelings langs het statief en op 1 meter voor de fiets kwam hij tot stilstand. Ik dacht hier te maken te hebben met een werknemer van het Waterschap die nog tegen het einde van zijn werktijd een voor hem vervelende klus moest doen. Met de schrik nog in de benen wachtte ik af wie de bruut was die zou uitstappen. Ik zag een been met een modderige schoen er aan en toen een kleine stevige man uitstappen die het kennelijk slecht naar zijn zin had. Vol verbazing zag ik dat hij zonder excuses naar de achterkant van de truck liep en de klep opende en daar een synthesizer uit haalde. Hij moest dat apparaat zeker komen brengen.
Ik vroeg heel voorzichtig of hij lang werk had. Ja, dat had hij, snauwde hij mij toe. Zou u dan de auto iets achteruit kunnen zetten, zodat we straks het koor kunnen fotograferen zonder dat de auto in beeld kwam. De man briestte me toe dat hij dat zeker niet ging doen. Hij was n.l. niet van plan met die synthesizer meters te gaan slepen. De truck bleef mooi staan waar hij nu stond. En weg was hij, de kerk binnen en mij verbouwereerd achterlatend.
Wel heb je ooit, wat krijgen we nu. Ik begon mijn statief maar te verplaatsen naar de deur van de kerk. Dan moest het daar maar. Leek me iets minder, maar het was niet anders.

De koorleden kwamen nu in groepjes aan bij de kerk. Daar zag ik de vrouw met wie ik de afspraak had gemaakt. Ik vertelde haar dat ik 2 verschillende foto’s had willen maken. Een formele voor de kerk en een wat informeler foto bij de kerkmuur, waar nu helaas de truck stond. Nou, zei de vrouw die bijna aangereden was, ik lag er bijna onder. Ja, hij is een beetje cru, zei weer een ander.Zal ik eens met hem gaan praten ? vroeg een ander koorlid. Nee, laten we het maar niet op de spits drijven, zei ik. Ik doe het wel hier voor de kerkdeur en de rest doen we niet. Ik had inmiddels al geen zin meer in de opnames. Ondertussen waren de meeste koorleden de kerk binnen gegaan en kwamen niet meer naar buiten. Mijn geduld was nu wel een beetje op. Ik liep de kerk binnen en voeg de leden zich nu toch echt buiten op te stellen. Nog even en het zou te donker zijn voor een mooie heldere foto. Uiteindelijk kwam er schot in. Iedereen een beetje naar links, dichter bij elkaar, wilt die langere man naar achter gaan en nu jullie hiervoor door de knieën en ja, het was in orde. Lachen maar. De foto’s werden gemaakt. Meteen een stuk of 10, dan konden ze kiezen. Het zag er wel goed uit.

Nadat iedereen zichzelf bekeken en goedgekeurd had stelde ik voor om nog een filmpje te maken van de repetitie. Dan kon iedereen ook nog genieten van het gezang .Dat was tenslotte het voordeel van internet. Beeld en geluid. Ze waren meteen enthausiast maar moesten het wel even aan de dirigent gaan vragen. De dirigent? Die had ik nog helemaal niet gezien. Wie en waar was de dirigent? Dan had ik die een voornaam plaatsje gegeven op de foto. Oh, maar hij stond er wel op hoor. Kijk hier rechts achteraan. Ze wezen hem aan op het kleine schermpje van het fototoestel. Hij staat daar prima, zeiden ze.
Zo togen we naar binnen. Iemand ging het even vragen en kwam al vlug terug met de mededeling dat het goed was. Nou, dat klonk wel een beetje magertjes.
Iedereen nam een plaats in en er werd weer geschoven en geduwd. Ja, zo is het prima voor mij. Nu was het wachten op de dirigent. Daar kwam hij. Hij gaf een toon op de synthesizer die achter het koor was opgesteld en liep naar voren. Omdat hij zo hoog stond zag ik opeens die modderige schoenen van de man van de truck. Ik was geschokt. De vlerk van de truck was de dirigent. Was hij nu helemaal betoeterd. Mij uitfoeteren terwijl hij mij zelf gevraagd had om die foto's te komen nemen. Nu stond ik hem hier ook nog te filmen. Ik leek wel gek.
Maar ik kon nu niet meer terug. Hij tikte met zijn stokje tegen zijn muziekstandaard, zong een toonhoogte en ze begonnen. Wouw, dat klonk goed. De wildeman bleek een goede dirigent te zijn. Chappeau. Hij was dan ook verguld met het resultaat en liep telkens van links naar rechts voor mij langs en keek dan ondertussen trots en lachend recht in de camera. Dat gaf wel een komisch effect aan het geheel. Na drie stukken pakte ik de camera in , groette de leden vriendelijk en liep met opgeheven hoofd langs de wildeman zonder hem te groeten.

Later,toen de foto en de film op internet stonden kreeg ik meteen een mailtje dat de de dirigent het prachtig vond. Nou, hij had een zware dag gehad waarschijnlijk en het koor is blij met hem. En ach, het was ook wel grappig. Ik kijk met een lach naar dit filmpje.