woensdag 9 april 2014

De kleine moestuin


Wat heerlijk. Aangespoord door de heerlijke filmaflevering van Maarten t Hart ben ik gisteren spoorslag de tuin ingevlogen. Gewapend met spade en hark besloot ik mijn piepklein stukje naast de kas ,dat nog vrij is in de tuin , om dat eens goed onderhandel te nemen. 2,5 Uur later blafte Jasper, onze labrador, dat het 5 uur was en dat er nog geen eten in de bak zat.
Ik probeerde mijn rug te rechten, maar dat ging moeilijk. Als een oud mensje liep ik naar de keukendeur. Maar het was de moeite. Alle wortels van de venkelstruik en de wortels van de smeerwortel zijn eruit gewrikt.
Na het eten maar eerst eens in een warm bad gaan zitten.
De volgende dag ging de frees erin, wat goede aarde er doorheen gemengd en alles weer strak geharkt. Daarna gingen de rode kooltjes en spitskooltjes erin. De aardbeien zijn na het schonen, ook weer terug geplant. De voorgewerkte tuinbonen kunnen er in en de Charlottes. Tussen de tuinbonen ook nog dille tegen de tuinbonenluis ,gezet . 
Er zijn veel mensen die niet van tuinbonen houden. Zoals die vrouw in een groentewinkel in Schotland. Ik vroeg om een Kg Braed  beans. Ze deed 1 tuinboon in een zakje. Ik keek haar vragend aan en zei dat dat wel wat weinig was voor 2 personen. Ze lachte en vertelde dat zij er niet van hield en dat ik 1 tuinboon had bedoeld ipv 1 Kg. Nou vraag ik je. Wat moet je nou met 1 tuinboon.
In de kas heb ik 3 tomaten en een komkommer geplant. De sla is al aan het groeien.Zelfs bonenkruid , onmisbaar bij de tuinbonen , en salie heb ik geplant, wel in potten, dan kan dat later naar buiten.
Ik kan het iedereen aanraden. Iedere dinsdag om 7 uur Maartens Moestuin op Nederland 2.Prachtige serie.



Het is 1 augustus en ik heb genoten van de moestuin. 5 Maaltijden van de tuinbonen genoten.
Redelijk wat sla en nu zijn er weer de sperzieboontjes en de oostindische kers



De nietjes zijn nog klein. De prei ook. De courgettes zijn ook nog klein maar worden wel al gegeten.




zondag 16 februari 2014

De Rode Rattenslang




Het zal je maar gebeuren. Je loopt lekker te kuieren in het bos waar je al 20 jaar loopt en plots trap je bijna op een enorme slang. Niet echt enorm, maar toch een slang van wel 1,5 meter.
Zo maar midden op het pad. Je schrikt, deinst terug en kijkt eerst eens waar de hond gebleven is. Die moet aan de lijn. Dan kijk je weer , nu om te kijken of hij nog leeft. Geen idee .Dan op afstand een foto maken met mobiel.  Doorsturen naar huis om te ragen wat het is. Geen bereik in het bos. Dan maar even bellen, dat lukte.  Het thuisfront zou de dierenbescherming bellen. Een ringslang waarschijnlijk. Loop er maar langs. Kan geen kwaad. OK......voorzichtig met hond erlangs. Jeetje....hij beweegt. Nu even de plek in het geheugen opslaan. Nog een foto van het pad.
Thuis gekomen de foto alsnog doorgezonden naar mijn man en de fotoclub. Ik had al gezien dat het geen ringslang was. En.......de fotoclub bracht het eerst uitsluitsel.....een rode rattenslang. Een wurgslang. Maar niet gevaarlijk.
Uitgezet dus. A.....een mailtje van een man die bij de vogelopvang werkt . Ja....een rode rattenslang. Hij had er zelf 2. Hij ging hem zoeken en meenemen, anders ging hij dood. Leeft in een temperatuurtje van boven de 20 graden.
Door de koude temperatuur zal hij niet snel wegkruipen. Nou, ik zou ook naar het bos terug rijden, anders was het voor de man niet te doen om de juiste plek te vinden.
We kwamen gelijk aan. Inmiddels was het al 3 uur later. En warempel....na 5 min. had hij hem al gespot tussen de bladeren. Hij was toch groter dan ik dacht. Even wat foto's, dan oppakken en in een doosje.
 
Wat een geluk dat de dierenbescherming deze man kende en ook veel geluk voor de slang. Hij zou in slaap vallen van de kou en dan misschien door een hond gepakt worden.
 

 
 

 

maandag 25 november 2013

Alleen in het koude bos. Een kerstverhaal

Oh oh....wat hobbelde en bobbelde het in de wagen waar ze ingeduwd waren. Het was pikdonker en dood eng. Hee, Liesje...fluisterde Lonneke met een zacht bibber stemmetje,  waar brengen ze ons heen?
Ik weet het ook niet Lon, zei Lies dapper. Maak je maar niet druk. Ze zullen wel voor ons zorgen. 
Nou, ik weet het niet Lies. We hebben nog niet veel te eten gehad vandaag. Net vanmorgen een beetje.

Nu werd het erg, de kar bonkte dat het een lieve lust was. Lies en Lon vlogen tegen elkaar op en vielen om in het stro. Lieve hemel, gilde Liesje......ik word er misselijk van . Blijf liggen Lonneke, zo tegen mij aan. Opeens stond alles stil. Er werden deuren open gegooid en weer dicht gesmeten. De twee varkens hielden hun adem in. Wat ging er gebeuren? Opeens klonk er een hard geluid en met een klap vloog de deur van de kar open. Met grote schrikogen staarden de varkens naar de opening. Kom er maar uit meiden, zei een mannenstem. Het was niet de stem van het vrouwtje. Wat wil die man? De twee varkens bleven waar ze waren. Blijf stil liggen...siste Lies.
Hij sloeg op de zijkant van de wagen, allee.....eruit nu. De man begon het stroo uit de wagen te halen en nu stonden ze ook in oog met de man. Die kenden ze toch.....was hij niet een paar keer op bezoek geweest bij het vrouwtje? Dat was een rare snoeshaan. Helemaal niet vriendelijk, geen woord was er tegen hun gezegd. Dan waren ze samen naar het huis gelopen. Later stond het vrouwtje weer bij hen in de stal met een lekker appeltje en werden ze geaaid.  Lon had gezien dat ze gehuild had.
De man werd nu wel heel erg ongeduldig. Hij sprong in de kar en begon te duwen.

Nu Lon....riep Lies . Spring er uit. Samen renden ze de plank achter de kar af. Lon gleed uit en kwam op haar zij beneden aan. Lies werd door haar geraakt en gleed op haar rug naar beneden. Daar lagen ze in het bevroren bos. De man stapte weer in de auto , de lampen gingen aan en weg was hij.
Even bleven ze liggen in het donker. Zou er nog wat gaan gebeuren? Lonneke...alles goed met je, vroeg Lies stilletjes. Ja, en jij? Ook nog alles heel. Wat was nu de bedoeling van dit alles? Zou het vrouwtje komen om hun te zoeken? Vast wel dacht Lies. Ze krabbelden overeind en snuffelden wat in het rond. Maar ze waren zo geschrokken en van slag ,dat ze eigenlijk alleen maar wilden slapen. Maar waar? Het was steen koud. Nu hadden ze wel een dikke vacht, maar ze waren niet gewend om de nacht buiten in de kou door te brengen.  Lon zou wel willen huilen, toen Lies opeens riep" kijk hier eens Lieske, een hoop met stro. dat moet die man daar natuurlijk neergelegd hebben. Weet je wat, we duwen alles tegen die struiken en gaan er lekker onder liggen. Zien we morgen wel wat we moeten doen. Met hun neuzen maakten ze een soort hutje waar ze onder kropen. Het was wel wat weinig stro, maar ze kropen lekker tegen elkaar aan en luisterden naar de bosgeluiden. Af en toe hoorde je boomtakken tegen elkaar aan waaien. Lonneke lag een beetje te beven . Ze was nog niet van de schrik bekomen. 
Maak je niet druk , sprak Lien zusterlijk. Je zult zien dat we morgen gewoon weer thuis zijn. Ik hoop het , zei Lon. 

Wat was dat? Lies stak haar neus boven het stro uit. Wat kruipt daar voor ons holletje? Hè Lon, zie jij dat ook. Daar kwam neus twee boven het stro uit. Nu kroop het al op hun. Help , wat is dat. In een tel stonden de varkens recht. Nee maar, het waren kippen. Hallo kippen, wonen jullie hier ook?, vroeg Lieske. Ja ja, ze hebben ons hier achtergelaten? Zijn jullie hier ook gedumpt, vroeg de grootste kip .Nee, wij worden straks weer opgehaald. Wij hebben een heel mooi hok en een fijne wei en ons vrouwtje haalt ons zo weer op, sprak Lies fier. Nou, zei de andere kip, dat geloof je zelf niet. Mensen gebruiken het bos wanneer ze van hun dier afwillen. Misschien gaan ze verhuizen, of krijgen ze kinderen en hebben ze geen tijd meer voor ons. Kan van alles wezen Wij zitten hier al drie weken. De grond is bevroren en er is bijna niets te eten. Maar gelukkig komen er wandelaars op dit pad en die brengen soms wat brood mee of wat granen. 
Lies en Lon keken verslagen naar de kippen.Zou, zou......nee, dat doet ze toch niet? Maar misschien huilde het vrouwtje daarom. Misschien kon ze geen eten meer voor ons betalen. Of kon ze ons niet meer verzorgen. De tranen sprongen de varkens in de ogen. Wat nu. Hoe moesten ze hier nu in het bevroren bos overleven? 
Stil maar meisjes, sprak weer de grootste kip. Kijk, hier hebben we nog een lekkere boterham voor jullie. Beetje bevroren nog, maar ga er eerst even op zitten, is het zo zacht. Jullie zullen zien dat er tegen 10 uur wandelaars komen met wat eten. Ga maar weer lekker onder het stro tot die tijd.
Daar lagen ze dan moederziel alleen. De boterham was al oud, maar hij ging er wel in. Geen van tweeën sprak. Wat moesten ze zeggen! 


Op dat moment was de tweeling Bas en Jasper zich klaar aan het maken om met de fiets het bos in te rijden om wat mossen en takken te gaan zoeken om een mooie kerststal te maken. De dag voor Kerst kwam hun vader weer terug van zijn zakenreis naar het buitenland . 'Mag ik ook mee!' klonk  opeens een stemmetje op de trap van hun twee jaar jongere zusje Els. ' weet je wat Els, zoek jij alvast wat spullen in pappa's schuur. We hebben touw nodig en wat spijkers en een hamer. Wij zijn over een uurtje weer terug.
Het meisje keek bedroeft, maar rende opeens blij de achterdeur uit. Ze ging zeker al naar het schuurtje, dachten de broertjes. Alleen maar lastig, zo' meisje achter je aan. Moest je telkens opletten en voor je het weet is ze gevallen en gaat ze ook nog huilen.
Kom Bas, heb je een mes en een plastic zak. Ja, alles zit in mijn zak.
Nee, we vergeten nog wat brood en zaden mee te nemen voor de kippen. Misschien is er ook nog wat sla in de koelkast!
Ze riepen naar hun moeder dat ze vertrokken en over een uurtje terug waren. We zijn naar het bos mam, riep Jasper nog naar boven en Elsje is in de schuur. 
Ze sprongen op de fiets en babbelden onderweg over de verrassing die ze hun ouders wilden geven.ook zwaaiden ze even naar ome Joost, die op de boerderij woonde niet ver van de tweeling vandaan. 
Na 10 minuten fietsen kwamen ze bij het bos aan . Eerst maar even het eten aan de kippen gaan geven hè Bas!
Ja, lijkt me ook. Anders zit dat maar in onze jaszak . Ze fietsten het bospad in . Een beetje verop zatdn ze meestal wat te pikken in het gras.Ja, ik zie ze al. Wat een stomme mensen om die dieren hier neer te zetten. Wanneer pappa thuis is moeten we hem eens vragen of ze niet naar ons kunnen komen.
Kip...kipjes....eten. De kippen kwamen al aangerend. Ze herkenden de jongens al van een afstand. 
Hier jongens, alles ligt hier bij elkaar. Geen ruzie maken , morgen komt er weer hoor en wie weet zitten jullie met Kerst wel lekker bij ons thuis in de tuin. 

Kom Jasper, we moeten beginnen met verzamelen. Opeens hoorden ze een knorrig geluid achter zich. Wat was dat? De jongens draaiden zich om en daar stonden ze oog in oog met twee varkens.
Hallo varkens. Wie zijn jullie? Hebben ze jullie hier nou ook al gedumpt ? De tweeling was sprakeloos. Zulke mooie varkens zo opeens heel alleen in het bos. Die konden hier toch nog niet lang zitten. Kom, kijk eens hier, een paar lekkere boterhammen en wat sla. Jullie zullen wel honger hebben. Zouden het jongens of meisjes zijn, vroeg Bas zich af. Ik denk meisjes, zo te zien. Zie niet onder hun buik hangen, dacht Jasper. Waar zouden ze dan geslapen hebben vannacht? Het heeft wel 8 graden gevroren. Kom, we gaan eens kijken of we iets vinden van een slaapplaats. Kijk, kijk daar eens Bas, een hele berg stro achter die struiken. Ze liepen erheen en zagen aan de waterkant een soort holletje.
 Maar dat is toch veel te weinig stro voor de nacht. Kom, we rijden snel naar huis en vragen aan ome Joop of we wat stro kunnen meenemen in zijn fietskarretje. We moeten het warm maken voor ze, anders worden ze ziek en gaan dood. Kom snel, nemen we nog meer eten mee ook.
De jongens fietsten dat het een lieve lust was. Hijgend stonden ze bij de boerderij van Ome Joop. Hij was een broer van pappa en woonde vlak bij. Ome Joop, riepen ze door het raam, kom eens. De man kwam snel naar buiten. Waar is de brand" vroeg hij. Jullie zien eruit alsof je voor een schurk op de loop bent geweest.
Nee, helemaal niets aan de hand. Maar kunnen we niet het fietskarretje even lenen en ook wat stro en een wortel en zo meenemen. Wat zijn jullie van plan jongens? Niets bijzonders. Verrassing voor pappa, dus kunnen we dat niet vertellen. Ome Joop was een schappelijke man en hielp de jongens met het stro en de kar. Vol geladen reden ze terug. Appels hadden ze ook nog gekregen en wortels. Dat zullen ze wel lekker vinden. Buiten adem reden ze andermaal het bospad op. Kijk nou eens, wie we daar hebben. Daar zat Elsje op haar hurken een van de varkens te aaien. Het varken lag op haar zij en genoot ervan. Els, hoe kom jij nou hier. Weet mamma dat. Nee, ik ging jullie achterna en zag jullie ook weer terug komen. Ben even achter een boom gaan staan en ben daarna gaan kijken wat jullie op de vlucht heeft doen slaan. Toen vond ik 2 varkens. Zo lief, ze worden graag geaaid. Kijk maar. Het varken draaide op zijn rug van genot.
Toen zag ze ook wat de jongens allemaal meegebracht hadden. Oh, wat goed zeg. Van ome Joop zeker. Weet hij het ook. Nee, riepen ze in koor. We zeggen nog niets. We vragen pappa later of hij ze bij ons wil laten wonen, samen met de kippen. Ze kunnen toch wel in de grote schuur voor een tijdje wonen, sprak Bas flink. Ik denk wel dat dat gaat lukken. Maar tot die tijd moeten we hier een hut oor hen bouwen. En zo sleepten ze het sto op een hoop. Maakten van takken een soort muurtje voor de stevigheid. Het zag er best al goed uit. 



De varkens en de kippen keken alles gelaten aan. Ze hadden al tegen elkaar gezegd dat het wel een leuk hokje werd. Beetje gammel maar toch wel warm. Kom meisjes, probeer eens even of jullie hierin passen. Ze lokten de varkentjes naar binnen. Die schoven al meteen lekker tegen elkaar aan.
Oh hemel, riep Bas opeens. Mamma denkt dat Els in de schuur is en zit haar vast te zoeken. We moeten naar huis. Gaan jullie maar lekker slapen en loop niet te ver in het bos. Wammeer de andere mensen jullie zien komt er misschien iemand van de dierenambulance en je weet niet wat er dan later t met jullie gebeurd.
Vlug sprongen ze op hun fietsen en reden het bospad af naar de gewone weg. Vlug Els, kom we duwen je. Niets tegen mamma zeggen want die belt ook zeker de dierenambulance. Nee, we moeten wachten totdat pappa er is.


Het was de dag van Kerstavond en pappa was net thuis gekomen. Het was nog vroeg en de kinderen waren al bij de varkens en kippen geweest. Alles zag er nog goed uit. De varkens waren wel door het halve bos gaan lopen , maar waren toch weer naar hun slaapplaats gegaan.
Els was al van plan om het tegen haar vader te zeggen, maar de jongens hadden een ander plan.
Ze zouden vroeg in de avond met zaklampen naar het bos gaan en hun ouders zouden meegaan. Dan zouden ze laten zien hoe zielig dat het was en vragen of pappa en mamma de dieren niet wilden meenemen.
Nu was het bijna zo ver. Ze hadden de tafel afgeruimd en hun ouders gevraagd of ze met z'n allen eens mee naar het bos wilden komen. Daar was de verrassing voor hen.
Vader en moeder hadden elkaar aangekeken, zo van" weet jij wat het is? " Nee, mamma wist het ook niet. Met z'n allen reden ze dan eindelijk naar het bos. Komen jullie maar mee, riep Els zenuwachtig.
Maar wat was dat nou! Alles was weg, het stro, de varkens en de kippen. "Dat kan niet" riepen de jongens in koor. Els begon te huilen, Bas rende een stukje het bos in. Toen vertelden ze aan de ouders het hele verhaal. Hoe ze voor de dieren hadden gezorgd en hoe lief ze waren en dat ze hadden gehoopt dat de dieren met hen mee naar hui mochten. Maar nu waren ze al door iemand mee genomen. Misschien wel door een slager of door andere schurken. Kijk...hier zie je nog de banden sporen. Jasper richtte de lamp op de bodem. Ja jongens, we kunnen er nu niets meer aan doen. sprak de vader.
Weet je wat, we vragen aan ome Joop of die iets gezien of gehoord heeft.
Zo vertrokken ze teleurgesteld naar ome Joop.
Pappa stapte uit en vroeg aan de kinderen om maar meteen mee te lopen en het hele verhaal daar ook maar eens te vertellen. Tante Corry zou nu ook  thuis moeten zijn. Er brandde wel licht , maar in huis waren ze niet. Misschien waren ze in de stal. Daar brandde ook licht. Ze liepen achter de schuur met hun zaklamp en trokken de deur open. Heeee......wat is het hier gezellig , riepen ze in koor. Er branden kaarsen en er stonden tafels en stoelen. Kersttakken met sneeuw erop hingen aan de  balken. Wat !!!!!!Daar lagen de varkens. hoe kon dat nou. Ze renden op ze af om ze te knuffelen. Daar waren ook de kippen. Els vloog haar varkens om de hals. Oh.......wat ben ik blij. Een zucht van opluchting ging door haar heen.
De jongens straalden. Maar, maar....stamelde Bas. Hoe kan dat.
Tante Corry zei dat ze eerst maar eens lekker moesten gaan zitten. Ze zouden het vertellen wanneer iedereen warme chocolademelk had.
En natuurlijk een heerlijke pannenkoek.
Daarna stak ome Joop van wal. Hij had zich afgevraagd wat er aan de hand was in het bos. Omdat hij zich toch wel verantwoordelijk voelde voor de kinderen wanneer hun vader op reis was, was hij ook eens gaan kijken in het bos. Zo had hij de varkens gevonden.

Hij begreep dat de varkens er moedwillig achter gelaten waren en belde de dierenambulance met de mededeling dat hij de varkens zelf zou ophalen en onder brengen. Mocht zich iemand melden en vragen naar de dieren dan wisten ze ervan. Dan had hij de ouders van de kinderen gebeld en ze van zijn plan verteld.
Hij had ze vanmiddag ingeladen en ze in de warme stal ondergebracht. Genoeg eten en drinken en veel stro. De liefde kregen ze vast wel van de drie kinderen, dat wist hij zeker.
Oh....ze vlogen ome Joop om de hals van blijdschap.
Els zei met een klein stemmetje.....dit is de mooiste Kerststal die ik ooit heb gezien. Dat vonden de anderen ook.

En de varkens ? Die waren zo blij en tevreden .
Lies had al tegen Lon gezegd dat ze nu echt weer gelukkig waren . 
Dat ze zulke lieve mensen waren tegen gekomen was geweldig. 
Wij wensen dan ook alle mensen en alle dieren een gelukkige Kerst zonder angsten en met veel respect voor elkaar. 

Dat zelfde zei pappa en ome Joop ook bij een tweede kop heerlijke chocolade. 
De kinderen knikten alleen maar en lagen heerlijk te doeselen in het stro. 




donderdag 21 november 2013

De verhalenvertelster.


Rustig ligt de vos voor  zich uit te kijken en boven op een tak zit een enorme raaf. Prachtig glimmend zwart en met mooie priem oogjes. Boven ons een mooie uil die op een balk op ons neer kijkt. Je waant je midden in een spannend verhaal dat zich afspeelt in een boshut, waar alle dieren samen komen om hun verhaal te vertellen.
 
Ik zit hier op deze 'fabel'achtige werkzolder van Marjolein van Viegen met een lekkere kop thee. Marjolein heeft 2 stoelen klaar gezet . De mijne heeft een bontje op de rug en zij zit tegenover mij. Beneden in het huis hoor je haar honden nog opgewonden blaffen. Ze willen weten wie er naar boven is gegaan. Ik voel me thuis op deze zolder, want hij doet me denken aan mijn eigen heerlijke zoldertje met mijn opgezette bunzing enmijn boeken.
Achter mij staat een hele kast vol met schedels van allerlei dieren die ik niet een twee drie kan herkennen.
Het is een echte werkkamer waar alles aanwezig is om de dieren zo goed mogelijk weer een tweede leven te geven. De vos ligt er prachtig bij, maar hij heeft nog een soort acupunctuur naalden in zijn kop en poten. hij is nog niet helemaal klaar. Je ziet nog klei in zijn neus en hier en daar moet hij nog bijgewerkt worden , zegt ze. Er hangt een figuurzaag aan de wand en een hamer. Dat is natuurlijk nodig om de juiste stammetjes te maken waar de vogels of de bunzing op moet worden gezet, denk ik. Er ligt opvul materiaal en vreemde attributen en nu zie ik ook een prachtige buizerd achter mij staan.
Wij hebben elkaar nooit eerder ontmoet maar we hebben wel een gezamenlijke passie. Dieren en verhalen.

Ik vraag haar hoe ze op het idee kwam om preparateur te worden en ze vertelde over haar hond die helaas een egel had gepakt en toen zij het dode diertje in haar handen had wilde ze het bewaren. 
Ik ga het opzetten , dacht ze. Ze ging naar een preparateur en liet zich uitleggen hoe hij te werk ging. Maar op een regenachtige dag heb je het niet onder de knie, bleek later. Het werd een hele studie die ze met plezier onder de knie heeft gekregen.
Nu is ze gediplomeerd en vergunning houdend dierenpreparateur en lid van de N.V.P.
Vakmanschap, liefde voor en inzicht in de natuur en klantvriendelijkheid is haar kenmerk ,staat op haar website geschreven.
De moeite waard om daar eens op te kijken. 

Met plezier verteld ze dat ze naast preparateur ook verhalenvertelster is. 
Dat lijkt me een hele goede combinatie. Het decor is er al, nu nog de spannende verhalen.
Ze verteld dat er wel eens een groep mensen aan haar deur klopt om de geheimen van haar vak te doorgronden. 
Bij het zien van de prachtige dieren wilden de mensen ook daar alles over weten. Het verhaal achter deze dieren. Hoe komen ze op deze zolder en wie heeft ze gevonden. Wat had het dier, dat hij gestorven is. Marjolein dacht dat het leuk zou zijn wanneer zij het vak verstond om de mensen te boeien met mooie verhalen over die dieren. Op internet vond ze de Vertelacademie te Utrecht. 
Dat verbaasde mij. Ik had er nooit van gehoord en ook nooit bij stil gestaan dat je dat kon leren. Ik dacht aan mijn middelbare school waar we eens een tiental lessen kregen in 'voordrachtskunst'.
De grootste voordrachtskunstenaar van zijn tijd was Albert Vogel. Hij verhief voordrachtskunst tot een eenmanskunst , en droeg dat uit in theaters over de hele wereld. 
Deze man leefde rond 1900 . Hij was de vader van actrice Ellen Vogel. Ook haar moeder en broer  droegen voor. 

Maar is dat hetzelfde als de vertelkunst waar Marjolein over spreekt?  Ik denk het wel. Het waren in die tijd zeer dramatische zware verhalen. Maar in de grond doen ze hetzelfde. 

Zo toog ze naar Utrecht en schreef zich in bij de 'Vertelacademie .In twee of drie  jaar wordt je geleerd hoe je je toehoorders kunt boeien. Toeristisch gidsen,leraren,marketeers of gemeenteraadsleden vinden het steeds belangrijker om een goed verhaal te hebben.
Bij mijn vriendin in Zwolle ligt voor haar deur in de gracht enkele keren per jaar een ' Verhalenboot.' Die werkt ook intensief samen met Utrecht. En ik dacht dat ze daar voorlazen uit een boek!
 Nee, ze leren het verhaal van buiten, dragen het voor met verschillende stemmen, met een gewaad of hoed. Dus toch theater.Of lekker intiem en spannend , zoals het verhaal vraagt om voorgedragen of verteld te worden. 
En ook bij Marjolein heeft het zijn vruchten al afgeworpen. Ze neemt jong en oud mee de natuur in of verteld  bij een kampvuur wanneer de duisternis invalt. Ze bruist van de ideeën. 
Ze is dan weer de koning maar ook de lakei , dan weer de vos en de haas.  Ik was er nog niet bij maar op foto's op haar  website zag ik dat het publiek aan haar lippen hing. Ook hier weer haar vakmanschap op dit gebied.

Marjolein heeft me wegwijs gemaakt in haar verschillende werkzaamheden die zo mooi bij elkaar passen. Ze heeft me ook geinspireerd om er meer van te willen weten.  Ik las ergens dat wanneer je een goed verhaal hoort de luisteraar toch anders naar buiten gaat dan hij naar binnen kwam. 
Dat is nu al gebeurd zonder dat ik aanwezig was bij een verhalensessie.
Dat ga ik zeker eens doen. Hartelijk dank Marjolein.





maandag 18 november 2013

Verhaal om voor te lezen .....De eekhoorn en het konijn



In een groot bos leefde een eekhoorntje. Hij  was nog jong en speels en vloog graag van tak naar tak boven in de hoge bomen. Zijn moeder had dat niet graag en gaf hem dan standjes over zijn wilde gedrag. Vader nam hem mee om hem de noodzakelijke dingen te leren.  " Kijk zoon, " sprak hij dan
vaderlijk, "binnenkort moet je voor je zelf gaan zorgen en ga je naar een ander stuk van het bos. Dan

zie je lekkere besjes en eieren van vogels en het leven is een feest. Maar wanneer het kouder wordt , dan moet je voorraden gaan inslaan. "wat zijn dat?", vroeg de jonge eekhoorn. 'Eten dat je kunt bewaren en wanneer je dan eens honger hebt
en er hangt niets aan de struiken en bomen, dan ga je naar de plek waar je dat ingegraven hebt. Verzamel eikeltjes, beukennootjes, dennenappels. Alles wat je lekker vind en dat hard is. Maak een gat in de grond of steek het in een boom, je zult zien dat het nog van pas zal komen.'
En nu was het zo ver. Vader en moeder hadden hem uitgezwaaid en Pieterke stond er nu helemaal alleen voor. Hij had het wel getroffen, want het was mooi weer en de struiken hingen vol met heerlijke zoete bessen. Hij at zijn buikje rond. Nu moest hij toch even een klein slaapje doen, want met deze buik kon hij onmogelijk van tak naar tak springen. Hij zocht een plekje en vond al snel een oud vogelnest, waar hij makkelijk kon liggen.
Al heel snel sliep hij heerlijk op zijn rug in de schaduw van de bladeren van de oude eik. Hij droomde van bossen en dieren en hij schrok van het gekerm van een vreemd dier in het bos. 'Ah....auw...'Hij dacht dat hij droomde, maar nee, hij was wakker en het gekreun was er nog. Hij draaide zich om en keek eens over de rand van het nest naar beneden. Ja, daar hoorde hij het weer. 'Ahhh....'Wat lag daar beneden aan de voet van de boom. Een dier met lange oren die plat langs zijn kop hingen en hij jammerde er op los.

Vlug sprong hij over de rand en liep snel langs de stam naar beneden.

"dag vriend", sprak hij tegen het konijntje."wat is er met jou?". "waarom huil je?" Het konijntje schrok van het onverwachte bezoek.
'Dag vreemdeling, ik ben Joopie en ik liep hier wat rond, toen ik ineens zo'n pijn in mijn poot kreeg, het is niet om uit te houden.". "Laat mij eens kijken , zei Pieterke vriendelijk, misschien zie ik wat er aan scheelt. Oh, ik zie het al, een hele lange doorn zit er in je poot. Daar kan je niet verder mee lopen. Ik zal hem proberen eruit te trekken. Zet je schrap. Het konijn beet op zijn kaken en met volle kracht trok Pieterke aan de doorn. Ahhhhh......riep Jopie.....aaaahhhhhhh.....hebbes ! Kijk eens kerel.....deze doorn zat er in jouw poot. Pffff...zuchte de eekhoorn. Die zat diep zeg.Maar nu zal de pijn snel over zijn.'
Het konijntje keek naar zijn poot en naar de doorn en er verscheen een grote glimlach op zijn gezicht.
"wat fijn dat jij hem eruit kreeg , zei Joopie. Ben je hier bekend in het bos? Nee, niet echt. Ik moest van mijn ouders op eigen poten gaan staan en ik vind het heerlijk . Mooi weer en genoeg te eten. Mijn moeder ziet me niet, dus ik mag nu alles.

En jij? 'Het gezicht van het konijntje betrok. ' Nou.....eh...ik ben hier nu enkele dagen en weet echt niet waar ik ben. Ik zat eerst altijd in een kooitje met gaas ervoor en kreeg iedere dag te eten en ook werd ik wel eens op gras gezet. Ik werd geaaid door kinderen, het was best een fijn leventje. Maar op een mooie dag werd ik uit het hok gehaald en in een tas gestopt. Pikkedonker werd het. Ik hoorde deuren dichtslaan en auto geronk en na een poosje stonden we stil, werd ik uit de tas gehaald en hier in het gras neergezet. De auto vertrok en ik zit hier al enkele dagen te wachten totdat ze eten komen brengen. Maar er komt nog niemand en ik heb zoveel honger en dorst'.
Oh, nou dan moeten we maar snel eens wat water gaan opzoeken. Ik zal eens in deze hoge boom klimmen en eens kijken of ik iets zie. ' En weg was Pieterke. Het konijn verschrikt achterlatend. 'Joe hoe, riep opeens de eekhoorn vanuit de lucht. Ik denk dat ik water ruik. ' wIn enkele tellen stond de eekhoorn weer op de grond en wees met zijn pootje een kant uit. Daar moeten we heen. Kom maar achter me aan  ehh hoe heet je ook weer? Jopie, zei het konijn opgewekt. En ga jij dan met me mee? Natuurlijk. We zijn nu vrienden, vind je ook niet? "ja....natuurlijk.....wat fijn. Laten we gaan, zei Pieterke en met enkele sprongen vloog hij over het pad. Nou, dat kon Joopie ook hoor. En pfffff....weg waren ze, het diepe bos in.


'Hee Pieterke....waar ben je? ' Riep het konijntje . Hij was even gestopt met rennen, want zijn buikje rammelde en hij had me toch een dorst.
'Pieterke !'  Schalde het nog eens door het bos. Opeens voelde hij iets op zijn rug vallen. Hij schrok, keek omhoog en zag daar de eekhoorn lachen in een tak. Hee, Joopie, ik heb je toch geen pijn gedaan hoop ik. Wanneer ik van tak naar tak spring valt er wel eens een dennenappel of eikeltje naar beneden. Ja ja, zei Joopie, dat zal wel. Volgens mij liet jij hem per ongeluk  vallen en viel die heel toevallig op mijn rug.
Maar heb jij nu al gezien of we goed lopen? 
Ja ha...kijk maar eens goed uit je ogen....zie je het niet glinsteren daar tussen die bomen? Daar is het. In ieder geval is daar alvast water. 
Kom laten we daar maar heen gaan, anders loop je straks nog langzamer dan een slak.
Nou....dat liet Joopie zich geen twee maal zeggen en in enkel sprongen was hij aan de rand van het water en dronk , dronk, alsof hij in de woestijn gelopen had.
Rustig aan vriend, zei de eekhoorn. Niet te snel. We hebben de tijd hoor.
OK, nou dat was lekker, zei Jopie. Pieterke zat gezellig naast hem en nam ook enkel slokken water. En nu, sprak de eekhoorn. Wat eet een konijn? Lust je bast van de boom? Ja hoor, zei het konijn. Bast en gras en jonge bladeren. Maar weet je wat ik heerlijk vind? Nou ? Zei de eekhoorn. ' Vertel op. Een heerlijke grote oranje wortel.'  Het water liep al uit zijn bek terwijl hij het vertelde. ' Een enkele keer kreeg ik dat en dat is echt een feest.Verder lust ik alles wat groen is hoor. Ik kom wel aan mijn kostje, denk ik. Ja, zei Pieterke, dat denk ik ook, maar ik herinner mij dat ik aan de rand van dit bos een stuk land zag liggen waar veel veel groen uitstak en ook wat oranje dingen lagen. Kan zijn dat het een wortelveld is. Laten we gaan kijken. '
Het duurde niet lang, of ze zagen het mooiste stukje land dat ze ooit gezien hadden. Maar er zat een hek met gaas rond. Met enkele sprongen was de eekhoorn er overheen. Kom Jopie.  Kijk eens hier. Een koningsmaal ! Hij keek om en zag dat zijn vriendje beteuterd zat te kijken naar het hoge hek. Probeer eens door het gaas te klimmen, riep de eekhoorn. Jopie duwde zijn kop door het gaas, maar ach, hemel .....hij kreeg zijn kop er niet meer uit. Hij zat vast en tot overmaat van ramp zag hij een man aankomen lopen met een riek en een mand. Vlug kwam Pieterke naar het hek en duwde met zijn 2 pootjes tegen de kop van het konijn. Lukt niet, fluisterde hij. Blijf hier stil liggen. Ik kom straks terug en help je hieruit.
Pieterke rende snel weg en sprong in de eerste boom die hij tegenkwam.
Met hartkloppingen keek hij naar zijn vriend daar onder aan het hek. ' Oh nee ! ' De man liep direct op Jopie af.De eekhoorn sloot zijn ogen, durfde niet te kijken wat die man met zijn riek zijn vriend zou aandoen.

De man bukte zich en bromde binnensmonds iets van.....wat hebben we hier! Jopie hield zich dood. Ogen dicht en lijfje slap. Maar jongen.....je zit met je kop in het gaas. Hij voelde aan het konijn en schrok. Hij kan nog maar net dood zijn , hij is nog warm. Uit zijn zak haalde hij een tang en knipte het konijn met 2 knippen los. Nou, zei  de boer, ik denk dat we deze week konijn kunnen eten. Hij is een natuurlijke dood gestorven en hij ziet er goed uit. Ondertussen keek Pieterke boven in de boom naar deze onfortuinlijke situatie. Was zijn vriend Jopie nu van schrik gestorven? Hij lag daar zo stil op de grond terwijl hij toch al los was uit dat gaas. Opeens kreeg de eekhoorn een idee. Hij pakte een dennenappel uit de tak naast hem en hop......op de kop van de boer. Wel voor de drommel......wat is dat, zei de man. Terwijl de man omhoog keek sprong Jopie opeens recht en maakte zich uit de voeten. Rennen Jopie, riep Pieterke, rennen....ik vind je wel. Jopie rende alsof zijn leven er vanaf hing. Hij draaide zich niet om....nee...er vandoor en zo het bos weer in.


Na enige tijd durfde Jopie te stoppen en achter zich te kijken. Niemand te zien. Zijn hart ging te keer. Wat een schrik. Bijna was hij het haasje geweest. 
Wat een brillant idee van zijn vriend en redder Pieter. Waar zou die nu ergens  uithangen. 
Hij ging nu eerst maar eens een hapje eten. Dan maar geen wortel. Een beetje gras en wat jonge scheuten gingen er wel in. 
Ondertussen vloog Pieterke hoog in de bomen van tak naar tak. Net toen hij eens goed wilde rondspeuren of hij Jopie ergens kon ontdekken schrok hij zich een aap. Een enorme krijs aan zijn oor deed hem bijna naar beneden vallen. Ek....ek......
Een grote ekster keek hem met venijnige kraaloogjes aan. Wat doe jij hier.....vroeg de ekster? Nou, niks eigenlijk. Zit hier een beetje te zitten. Mag dat niet. Nou, liever niet, sprak de Ekster. Ik heb in deze boom mijn nest en ik heb liever dat je vertrekt. Je brengt onrust en ik moet op mijn eieren blijven zitten.
Ik kan jullie soort, je draait je om en weg zijn de eieren.
Met een grote schreeuw probeerde de ekster Pieter angst aan te jagen. Weg...weg jij....
Nou nou, ik ga echt niet naar je nest hoor, maak je niet druk. Ik kijk gewoon even of ik mijn vriend kan ontdekken. Het is een konijn en ik hoop hem snel te vinden. Maar toch niet in deze boom , zei de ekster en gaf de eekhoorn een flinke neep in zijn zij. 
Weg...weg......de ekster werd echt boos en duwde onverwachts de eekhoorn uit de boom.
Ohhhhhh.....help! Riep Pieterke nog net voordat hij op de grond plofte. Onderaan de boom lag hij en zag sterretjes. Zijn kopje deed pijn en het bos stond scheef. Wat was er gebeurd? Een hele tijd bleef hij zo liggen tot er opeens onder hem geduwd werd. Zijn hele lijf ging omhoog en de aarde ook. Het leek wel een aardbeving.Waar was hij terecht gekomen ? Allee jong, schuif eens op , klonk het onder hem.....wat ben jij zwaar. Een bruine neus keek op hem neer. Wat was dat nu weer voor een dier. Ik ben een mol, sprak het dier. Ik zie je niet goed, want ik ben blind. Met mijn snorharen kan ik je voelen en dat is net als zien, begrijp je. Mag ik eens aan je voelen? Ga je gang, kreunde de eekhoorn. Zeg maar wat je er van vind. 
Mooi ,mooi, zei de mol. Mooie vacht en staart. Je lijkt wel iets op een grote muis , maar met een dikke mooie staart en een raar hoedje op je hoofd. " Een hoed op mijn hoofd, kreunde de eekhoorn. Met zijn poot voelde hij een aan zijn koppie en warempel, een enorme buil voelde hij. "Die hoort daar niet te zitten , zei hij tegen de mol. Dat zal wel door mijn val gekomen zijn. Hij probeerde om eens recht te gaan zitten en de mol eens te bekijken. "Waarom ben jij blind?" vroeg  hij aan de mol. "Wij mollen zijn allemaal blind, wij leven onder de grond en daar zie je toch niets. Zo zijn onze ogen door de jaren heen blind geworden. Ik mis ze niet, ik voel alles en ruiken kan ik ook goed. 
Mijn naam is Frits. Misschien zien we elkaar later nog eens. Ben voorzichtig. Blijf maar een beetje op de grond, misschien en je je evenwicht nu kwijt met die bult op je kop. 
Oh ja, zij de eekhoorn. Mijn naam is Pieterke. Wanneer je toevallig een konijn tegenkomt die Jopie heet, zeg hem dan dat ik hier in de buurt ben.
Komt in orde Pieter. Tot ziens jongen. 
Ha ha zei Pieter. Tot voelens voor jou. 
En weg was hij weer. Daar zat hij nou, moederziel alleen. Zijn oogjes vielen dicht. De eekhoorn was in een diepe slaap verzonken.



Oehoe...ehk...de eekhoorn schrok wakker. Het was pikdonker om hem heen. Was die akelige ekster weer terug gekomen? Hij zag niets. Ahhhh... zijn kop deed nog wel pijn wanneer hij recht stond. 
Hallo, wie is daar ?
Oehoe....klonk het weer. Opeens zag hij het grote ogen en een grote kop. Wie ben jij? " vroeg de eekhoorn een beetje bang. Ik, ik ben Liesje en ik ben een uil. Wat doe jij daar op de grond. Eekhoorntjes kunnen beter boven in de boom zitten, zei de uil.Ja, dat klopt. Ik ben Pieterke en ben uit de boom gevallen en nu durf ik niet goed meer te springen van boom tot boom, ik heb een grote bult op mijn kop.
Ja, dat zie ik .Voorzichtig  voelde de uil aan de bult. Wacht hier even. Ik zal wat koud mos halen en een beetje op je hoofd leggen.
Wat lief, dacht de eekhoorn. Net zoals mijn moeder zou doen. Even bekroop hem het gevoel van eenzaamheid. Hij miste zijn ouders. Het was niet altijd leuk in het bos. 
Pss, pssss....hoorde hij opeens. Ben jij het Pieterke. Ja, fluisterde de eekhoorn. Ben jij het Jopie.
Ja, van blijdschap kroop de eekhoorn tegen het konijn aan. Wat ben ik blij dat ik je weer zie. Waar was je en voel je je toch goed? Ja, ik had. Gelukkig verder niets. Ben wel heel lang doorgerend, zo bang was ik.
Oehoe....daar was Liesje terug. Ze had een groot stuk mos  bij zich en legde dat op de eekhoorn zijn kop.
Wie is deze vriend van je? Jopie vertelde de uil hun verhaal. Hoe hij op de vlucht was geslagen voor de boer en hoe de eekhoorn hem gered had.
 
Zo zo, sprak de uil.Wat fijn dat jullie vrienden zijn geworden.
Wanneer je dit mos nu op je bult laat liggen deze nacht, dan zal hij morgen verdwenen zijn.Kan je daarna weer hoog in de bomen slapen. Weet je wat een goed idee is.....de uil vertelde de twee vrienden wat ze konden doen. Wanneer Pieter straks boven in de boom slaapt dan kan Jopie onder in de boom slapen in dat gat tussen de wortels. Misschien kan Frits wel even helpen met het gat dieper te maken. Opgelucht keken de dieren de uil aan. Wat een goed idee.
Toen de uil weg was zaten de 2 vrienden nog wat na te praten over hun avontuur. Na een poosje sliepen ze tegenelkaar aan onder de grote boom. De uil zat boven in de boom en keek vertederd na de 2 dieren die beide nog niemand hadden. Een onderzoekende eekhoorn zonder familie en een eenzaam konijn die nog niets wist van het vrije leven in een bos.
Het zou wel goed komen met die twee. Ze zou wel een oogje in het zeil houden.


woensdag 13 november 2013

Een tweede leven

Het hele gezin , vader, moeder en twee kinderen, keken altijd of er misschien ergens een dood of gewond dier langs de kant van de weg lag. Onder het fietsen of wandelen of zelfs  in de auto , er werd gestopt en het dier werd meegenomen. Thuis werd het bekeken en wanneer het nog intact was dan ging hij de diepvries in. Het gezin woonde in Duitsland, maar had in Cadzand een woning voor de vakantie. Wanneer het maar even kon was de hele familie in Zeeland, waar ze genoten van de zee en de duinen, van het fietsen en van de vele wandelingen die ze samen maakten. Zowel vader en moeder en de kinderen spraken tegen de Zeeuwen Nederlands en ook waren ze lid van  Duumpje, de vogel en natuurvereniging in deze contreien.
En zo kwam het dat er nu 165 dieren opgezet zijn en in mooie glazen kasten op zolder staan. |Ieder dier heeft een verhaal. Ze weten nog precies wie hem het eerst zag en waar hij lag. Nadat hij eerst ingevroren werd voordat er een afspraak  gemaakt werd met de man een dorp verder die hem later zou opzetten. Maar eerst moest er met het dier naar de politie gegaan worden. Die keek of het dier een natuurlijke dood is gestorven en dan kreeg je een briefje mee en moest je rechtstreeks dezelfde dag nog naar de opzetter.
Dan , na 3 weken of langer, konden ze het dier ophalen.
Dat was ook weer spannend, want hoe zou hij erbij staan. Nu zouden ze zien hoe hij eruit had gezien wanneer hij nog leefde. Keek hij vroeger ook zo? Stond de bunzing ook zo recht met hangende pootjes of met kromme rug op een tak?
Het werd een liefhebberij. Echt alles werd meegenomen en opgezet. Van muis tot reiger, van egel tot konijn . Een jong vosje, bunzingen zagen ze veel . Aangereden of misschien afgeschoten. Ook wel vergiftigde dieren zeker.
Niet altijd vast te stellen.
De kinderen zijn volwassenen geworden. Ook zij hebben kinderen gekregen. Het huis is nu ook voor de 5 kleinkinderen een geliefd huis. Ook zij zijn dol op de natuur en de dieren die daarin leven. Vader is nu niet goed meer ter been. Moeder is al enkele jaren geleden gestorven, maar toch komt hij nog altijd naar het huis, om de tuin te onderhouden, ook al gaat het nauwelijks meer. Natuurlijk ook om de mensen die hij al vele jaren kent te bezoeken.
Zo komt hij al jaren naar onze garage. Brengt de Duitse postzegels mee die Adrie zijn vader spaarde en die Adrie nu nog steeds spaart.
Dan brengt hij voor Kerst 2 dozen Achenerprinten mee. Heerlijke kruidkoek met een chocolade omhulsel.
Dan laat hij zijn auto bij ons nakijken en wanneer hij te ziek is om te komen dan komt zijn dochter met de auto en de postzegels.

Deze lieve sympathieke familie is niet altijd in onze gedachte maar toch op gezette tijden denken wij aan hen. Nu heeft hij gelukkig weer een lieve vrouw, maar ook zij kampt met ziekte.
Vandaag ben ik ze gaan bezoeken. Het was heel erg
gezellig en lief. De dieren nog eens bekeken en gefotografeerd.
 Wat een fijn en liefdevol gezin.
Wat heerlijk dat zulke mensen  bestaan . Dat er toch nog harmonie en liefde is.






zondag 3 november 2013

Zoals dat gaat met wonderen

In afwachting van zijn laatste roman ben ik begonnen in het boek "zoals dat gaat met wonderen".
Het zijn zijn dagboeken van 2000 tot 2007. Hij verteld over zijn moeilijke jeugd vol vernederingen en pesterijen. Over zijn ontmoetingen en over zijn reizen .Heel open is hij over zijn gelukkig leven dat hem ten deel is gevallen door zijn grote liefdes.

Hij huilt samen met de moeder van Poetin.
Hij is in Ghana samen met toen nog Prins Willem Alexander en Maxima. 
Hij is vaker in Afrika vanwege zijn boek" de zwarte met het witte hart."
In deze periode van zijn dagboeken schreef hij vele romans en schreef hij ook nog het boekenweekgeschenk , een scenario voor een film en een libretto voor zijn opera.
Wanneer doet hij dat allemaal?.Een soort duizendpoot. Dan moet hij nog lezingen 
houden over zijn boeken en duizend en een zaken onderzoeken voor de roman waar hij dan mee bezig is. 

Dit is een heel persoonlijk en intiem geschreven boek. 


Ik ben helemaal in de ban van dit boek. Het heeft 454 pagina's. Dat is toch wel een pil. En in 3 dagen ben ik al op pagina 300. 
 

Een boek dat je aan het denken zet. Wanneer kan je de lezer raken met je boek, was ergens de vraag. Het antwoord was "schrijven vanuit je hart". Dat is waar. Daar ben ik het mee eens.