zaterdag 7 februari 2015

Zeegeruis

Zeegeruis

Het was knus en warm in de auto, maar buiten probeerden sneeuwvlokken de voorruit dicht te metselen. De ruitenwissers draaiden overuren. “Wat een goed idee”, zei  Adrie mijn man cynisch Hij zat  met zijn neus tegen de vooruit om de weg te kunnen zien. “Jij wilde toch ook graag gaan”, zei ik terwijl ik hem over zijn schouder wreef. “Ja, dat wel, maar dit is eigenlijk te gek voor woorden. We moeten ook nog terug. Wanneer de sneeuw zo blijft vallen, dan moeten ze ons straks uitgraven”.  Ik had me een maand zitten te verheugen om naar Oostende te gaan. Charlotte Mutsaers hield er een lezing. Daar wilde ik graag naar toe en…..ik wilde ook nog eens naar Oostende om herinneringen op te halen uit mijn jeugd. Ik wilde door de straten dolen, ik wilde de zee zien, de bolderkarren en de koetsjes, eigenlijk wilde ik even terug in de tijd. Daar had ik voor de eerste keer de zee gezien. Daar zag ik de aangespoelde schelpen en zeewier en vooral het geluid van de zee. Maar het was winterser dan ooit. Dat was niet bepaald de ideale stranddag.
Mijn hart smolt wanneer ik hem zo gekweld zag rijden. Hij had hier helemaal geen zin in, maar reed toch verder.
Ik zette de radio zachtjes aan en gaf hem een broodje met wat koffie.

Ik  zat in mijn zomerjurkje op een terras met mijn vader met een enorme ijscoup. Hij at langoustines en dronk een glas wijn. Mensen flaneerden langs ons terras en kinderen slingerden met bolderkarretjes tussen de benen van de toeristen. Je rook de zee en de vis, hoorde de lachende mensen, en zag de zorgeloosheid van iedereen.

“Heb je nog wat koffie”, vroeg Adrie. Het zal wel even duren voor we er zijn. De weg is hier niet erg goed begaanbaar. “Ik kreeg met ons te doen. “Willen we dit nog wel?” vroeg ik een beetje beteuterd. “Laat ons maar gewoon doorrijden, zei hij. We zijn nu op pad. Kijk, hier gaat het weer beter. Het is de wind die de sneeuw hier en daar opstuwt."

We slenterden door de straten. Met mijn neus tegen de etalageruit van de schelpenwinkel vergaapte ik me aan al de leuke schelpen , kommetjes en allerhande leuke zee snuisterijen. We gingen naar binnen en kochten 2 mooie grote schelpen en een zeester. Prachtig waren ze. We namen die schelpen waar het meeste zeeruis in zat. Een voor mijn zus, die thuis was met mijn moeder op ons vakantieadres. Zij had oorontsteking en bleef die dag liever thuis.
“Kijk, daar op het einde van die lange weg langs de zee is een klein strandje met paardenkoetsjes. “, ik trok mijn vader mee de weg over. “Goed, zei mijn vader, we laten ons door Oostende rijden. Daar gingen we, als vorsten keken we op de mensen neer, we zagen huizen met de grandeur van vervlogen tijden, we zagen verliefde stelletjes op bankjes, we zagen rennende kinderen met emmertjes en schepjes.
Uiteindelijk reden reden we weer langs het enorme strand. “Dit is de Zeedijk, “zei mijn vader.”Oh, riep ik, kijk eens pap, wat een hoop vliegers in de lucht. “Mijn vader vond het ook prachtig en hij beloofde er een te gaan kopen wanneer we weer op het kleine strandje waren. Dan kon ik morgen misschien met mijn zus vliegeren.

We kwamen uiteindelijk na 2 uur rijden aan in Oostende. Het viel daar op het moment wel mee. Er stond wel een ijskoude wind die ons de adem afsneed toen we op een grote parkeerplaats uittapten . De Tomtom zei dat de bestemming bereikt was, dus hier vlakbij moest Zeedijk 10 zijn. We klauterde de Zeedijk op en keken naar de huisnummers. Maar wij zagen geen nummers op die gebouwen. ”Kom, riep ik, laten we toch  gewoon even naar de kant van het centrum lopen. Straks zien we wel waar het is. Moet hier ergens zijn, kan niet anders. Zo togen we in de wind en in de sneeuw naar Oostende. Ik liep het liefst langs de zee, maar je zag hem nauwelijks. Het was een grijs witte massa. Ik hield Adrie stevig vast, we wilden niet vallen en ik wilde natuurlijk dat hij het gezellig vond. We strompelden door de straten waar de mensen met gezwinde spoed als schimmen door de wind werden voort geblazen. En opeens stonden we bij een etalage van een schelpenwinkel, Zou dat dezelfde zijn van toen? Oh, kijk eens Adrie, al die spullen tussen de leuke kerstversiering. Lampjes in schelpjes slingerden door de etalage. Op het einde van die straat was er een kerstmarkt. Kraampjes stonden met de rug naar de wind, vuren knetterden dat het een lieve lust was, mensen warmden zich op en dronken een warme drank terwijl de kinderen elkaar met sneeuwballen te lijf gingen. Er waren verwarmde terrasjes, het leek wel even zomer.

“Die vlieger pap”, en ik wees naar een gekleurde vogel  met een hele lange staart. ”Ja, die, kan dat? “Tuurlijk, hij is prachtig. We gaan hem meteen uitproberen.
We liepen met de vlieger in de hand richting strand, Het duurde niet lang of hij stond strak in de lucht. Jeetje, wat mooi was dat. Je moest er op tijd aan trekken wanneer het touw slap stond. Mijn vader trok ook af en toe , maar ik kon het eigenlijk best zelf. Oh, nu moest ik trekken, oh…. rennen . Nee, daar kwam hij al uit de lucht vallen.
Ik liep naar de vlieger toe, niets kapot. Pap….pappa, riep ik. Waar was mijn vader nu. Ik zag hem niet meer. Ik rende het strand over. Nee, misschien moest ik blijven staan. De angst sloeg toe en tranen prikten al achter mijn ogen.

Ondertussen waren we al een heel eind gelopen. “Moeten we niet eens terug? Ja,laten we dat maar doen. Straks zijn we nog te laat en missen we Charlottes kerstgesprek. Maar hoe snel we ook liepen, je kwam haast niet vooruit. Het was enorm gaan sneeuwen en de wind leek wel van alle kanten te komen.
Wanneer Zeedijk 10 inderdaad daar was waar onze auto stond, dan haalden we het nooit. Zullen we het eens aan dat stel vragen? Het was een man en vrouw die een buggy voortduwden door de sneeuw. Op het karretje lagen de boodschappen en daarachter, lekker beschut tegen de elementen, daar zat een kindje tevreden te slapen. “Weet u misschien waar Zeedijk 10 ligt? Het heet er “vrijstaat -0 . En hij wist het en vertelde  dat het daar helemaal aan de einder lag, waar wij begonnen waren met onze wandeling. Ik keek al heel beteuterd. Dat zou rennen worden.


Ik rende met mijn vlieger tegen me aan gedrukt richting pier. Oh, waar was hij nou? Mensen draaide zich om en zagen mijn vertwijfeling. De tranen liepen nu over mijn gezicht. Een mevrouw vroeg wat er scheelde. Maar hoe kon zij nu mijn vader vinden, die ze niet eens kende. Nee, gewoon blijven staan en proberen de vlieger omhoog te krijgen. Die zal hij wel herkennen. Maar het lukte mij niet. Iemand moest hem vasthouden.   Maar ineens werd ik opgepakt en mijn vader stem zei” HĂ©, kleine meid, ik was je kwijt. Was je geschrokken? “Hij knuffelde me en haalde de tranen van mijn gezicht.” Dat had je goed gedaan hoor. Altijd blijven staan. Zullen we nu maar weer eens naar huis gaan ? “ Ik knikte blij en zo liepen we hand in hand weer richting auto.

De man zei, ”weet ge wat, ik breng u , want het is een hele tippel tot daar achter en het weer is er ook niet naar om ervan te genieten. Zet u bij ons in de auto, want wij  moeten ook die kant uit.” Hij liep naar een auto, haalde het kind en de boodschappen uit de buggy. En zo werden wij heerlijk in de auto door de straten van Oostende gereden met het kind tussen ons in. Het werd al donker en de straatlantaarns beschenen de enorme sneeuwvlokken die uit de hemel vielen. Oh, wat was ik opgelucht. We werden voor het bewuste pand gereden. “Ja, hier is het”. zei de man vriendelijk. “Er staat geen nummer op het pand, maar hier is het.” Hij wilde van geen beloning weten, zwaaide ons uit en vervolgde weer zijn weg.
Wij vlogen het gebouw binnen waar het al naar koffie rook en de tafeltjes klaar stonden. Op het podium stonden  2 stoelen, een voor de schrijfster en een voor haar interviewer. De schrijfster was ook door de sneeuw komen lopen en het werd een genoeglijke avond.
De reis was zeker de moeite waard geweest. Al de aangewaaide herinneringen daar bij de zee en in de stad waren meer dan flarden geweest. Nergens anders had ik die zo intens gewaar kunnen worden. Zelfs dit noodweer was er voor nodig. En Charlotte, die was het toetje.
  

zaterdag 13 december 2014

Hoofdstuk 10 Naar de pup met vrienden.


Jongens zet hem op. Probeer een beetje thermiek te vangen. Ja Thor, het gaat goed. Met een hoop gefladder en gezucht komen ze uiteindelijk aan op een gezellig terras aan het water. Er waren bomen genoeg om niet op te vallen en het terras was goed vol met mensen .In de bomen hingen een soort verlichte bollen. Het zag er heel gezellig uit. Thor tikte Cor aan en wees hem op een glas waar nog wat bier in zat. OK ik zal eens gaan kijken of ik al iets gedaan kan krijgen.
Cor wipte het tafeltje op en tikte tegen het glas. Al snel zag een bezoeker hem stuntelen en die deed al een beetje bier op een schoteltje. Cor deed net alsof dat niet lukte en al snel begonnen anderen zich er ook mee te bemoeien. Ja, hebbes, daar kwam een plastic bekertje. Ze deden een beetje bier in het bekertje en keken hoe Cor daar uit zou drinken, maar Cor pakte het voorzichtig beet en verdween ergens onder de bomen. Hier jongens, maar drink met mate. Ze namen allemaal een beetje bier. Maar Cor wilde toch eens goed met Thor spreken . De andere twee gingen een beetje verderop zitten en Cor begon tegen Thor te speken als een vader. "Vertel eens Thor, hoe kwam je nu in de Tower terecht? "Ik vloog naar Engeland toen pappa stierf, want niets hield me meer in Nederland Cor, zei Thor. En na weken zwerven zag ik de Tower en al de mensen die rondliepen. Ik was  nieuwsgierig of er iets te eten zou zijn en toen zag ik ook de raven zitten. We raakten aan de praat en uiteindelijk ben ik gebleven en nu kan ik niet meer weg. " Maar waarom was je gebleven? vroeg Cor. Was je misschien verliefd geworden ? Thor boog zijn kop schaamtevol naar beneden. Eh ja een beetje. "Op wie Thor? Op Pursha. Ah ha, riep Cor, ik voelde al zo iets. En zijn jullie al een stelletje? Bijna. De Ravenmaster heeft ons samen een slaaphok gegeven en wij vinden dat wel prettig. Maar met haar wil ik niet over mijn heimwee praten. Allee Thor, neem nog een slok, moedigde Cor aan.
Ik zal nog een beetje schooien voor wat knabbeltjes. Toen Cor terug kwam zag hij dat Jubilee en Erin de grootste lol hadden. Erin sprak mensentaal en riep"Hello darling". Bezoekers keken in het rond, maar zagen niemand. Dan weer "put the kettle on darling". De bezoekers keken van links naar rechts en begonnen te lachen. Zet eens water op voor thee, Cor grinnikte in zichzelf maar maande ze aan
wat rustiger te zijn en eerst maar eens wat te eten.
Ja ja Cor, riepen ze vrolijk naar beneden. "Cor ging weer verder met Thor. "Jongen, ik weet wel hoe we je thuis krijgen. We kunnen liften met vrachtwagens en op boten. Is goed te doen. Maar wil je wel echt vertrekken. "Ik weet het niet meer Cor, ik wist het eerst zeker. Terug naar opa en weer vliegen boven de zee. Maar nu denk ik dat ik mijn vrienden ga missen en natuurlijk zeer zeker Pursha.
Oh Cor, wat moet ik nu doen?
Thor, weet je wat. Ik beloof je volgend jaar weer te bezoeken. We gaan dan weer ergens wat drinken, we kletsen wat en wanneer je dan nog steeds weg wilt, dan help ik je.
Thor kreeg tranen in zijn ogen. Zou je dat doen Cor? Dat zou ik willen. Misschien wil ik dan niet meer weg, maar we kunnen weer wat bijkletsen. Opeens ontstond er tumult op het terras. Een meisje sloeg een jongen in het gezicht. Ze sprong op en liep het terras af.
Ze hoorden de twee raven zeggen" nice legs"en het meisje dacht dat de jongen dat zei over een serveerster. Mooi benen......jeetje .....het publiek op het terras had door dat het de vogels waren die spraken. Ze lachten en wezen naar de vogels. Kom, zei Cor, laten we een beetje aan het water gaan zitten voordat iemand naar de Tower belt. Ze vlogen naar de oever van de Theems en hadden leuke gesprekken. Thor was nu ook weer gezellig. Ze lachten en vertelden verhalen totdat de zon begon onder te gaan. "Het is tijd om terug te gaan, zei Cor. Ze fladderde en liepen en vlogen terug naar de Tower. Net op tijd , want de ravenmaster had de slaaphokken al open gezet. De vogels konden dan met een trapje hun hok in.  Pursha zat er al in. Ze keek verheugd op naar Thor. Hij wreef even over haar vleugels. Komt allemaal goed , zei Thor blij. Hij kroop dicht bij zijn vriendin .

donderdag 11 december 2014

Hoofdstuk 9 Cor ontmoet vrienden



De man zette het hok open waar Cor het zich goed had laten smaken.
Zo, ik denk dat je er nu wel bovenop komt . Vlieg maar weg vriend en goodluck. 
Het hok ging open en Cor vloog naar buiten. Het was mooi weer en hij zag al meteen verschillende raven zitten op banken en muurtjes. Ze keken allemaal zijn richting op. Dan moet ik maar eens kennis gaan maken en eens vragen hoe zij het hier vinden. Hallo vrienden, ik ben Cor uit Nederland. Ik ben een neef van Thor en kom hem bezoeken.
Hello, how are You ? Hee, deze raaf sprak net als de ravenmaster. Spreken jullie ook mensentaal? Ja hoor, wij horen niet veel anders, zei de vriendelijke Raaf. Krah Krah, ik ben Munin.  Krah Krah, en ik Merlina.  Ze stelden zich allemaal voor. Alleen Thor was er niet. Maar opeens zagen ze hem over het gazon aan komen lopen.Krah Krah, ja jongens, dit is hem dus. Mijn neef Cor over wie ik verteld heb. Hij heeft de ring van mijn opa meegebracht, die ik zo graag als aandenken aan hem en zeker aan mijn vader wilde bewaren. 
Goed voor jou Thor, zeiden de raven. Waar heb je hem nu? Verstopt bij de slaaphokken, zei Thor. Hij wilde eigenlijk niet de tijd verdoen met kletsen. Hij had gedacht meteen te vertrekken met Cor. Maar nu ze allemaal zo bij elkaar waren, kreeg hij wel een wee gevoel in zijn buik. Dit waren zijn vrienden, een soort familie. Nu wilde hij ze gaan verlaten. 
Vertel eens, sprak Cor, wie is de oudste van jullie? Dat is Bran ,riepen ze in koor. Die is al 35 jaar. En hoe lang ben je hier al? Al van mijn 5 de jaar. Ik weet niet beter dan dat ik hier woon. Er moeten hier altijd 6 raven wonen, want de legende wil dat wanneer er 1 raaf minder is dan 6, dat De Tower en het hele Koninkrijk dan instort. Ja, zei Thor, daarom zijn we met 9 raven, er kunnen er altijd enkelen weg. Bran, vroeg Cor, is het niet heel erg dat je niet meer vliegen kunt. Vliegen is toch het mooiste voor een vogel? Ja, dat is waar. En in het begin zal ik dat ook wel heel erg hebben gevonden, maar ik weet dat niet meer. Dat moet je aan Jubilee vragen, of aan Thor. Maar Thor was op het gazon aan het trappelen naar pieren. Jubilee vertelde dat ze daar echt wel veel moeite mee had. " Ik werd er zo ongelukkig van En soms nog. De verzorging is prima, maar wat gaat er boven vliegen en vrijheid. Dat kan je een vogel toch niet aandoen! Ik begrijp Thor wel, dat hij ongelukkig is. Denk je dat hij weg wil? Ik weet het nog niet zeker. Dat hij heimwee heeft, dat is zeker.
Er is al meerdere malen een van ons weg gevlogen. Dat was Rocky. Hij is nu al een poosje dood. Ouderdom , daar is niets aan te doen. Hij heeft zich vermaakt, ging naar de pup, aan eten en drinken ontbrak het niet. Maar toch kwam hij terug. Dat leven ben je niet meer gewend en je mist toch ook weer je vrienden. Konden we maar eens met z'n allen naar de pup, zuchtte Erin. Maar we hebben het hier ook gezellig hoor. WE houden bezoekers voor de gek door ze na te roepen met rare mensen stemmetjes. We gooien wel eens steentjes naar beneden, wanneer een Ravenmaster net naar buiten komt.....ha ha....maar hij heeft humor en wordt niet boos. Maar op de eerste plaats zijn we vrienden en helpen elkaar en vertellen elkaar verhalen. 
De ravenmasters zijn heel erg aardig. Ze zorgen goed voor ons, dat heb je aan den lijve ondervonden. Ja, zei Cor, zeker. 
Eh, ik ga even met Thor speken.
Waarom sluit je je af, is er iets? Nee, maar ik wil het mezelf niet moeilijk maken door met mijn vrienden te spreken over weggaan. 
Nee, dat is moeilijk, beaamde Cor. Luister Thor, laten we even de Tower verlaten en een pup opzoeken in de buurt. Thor zijn kop klaarde op. Mogen er dan nog enkelen mee, die een beetje kunnen vliegen ? Het moet niet opvallen dat er opeens minder raven zijn en we moeten voor het donker thuis zijn. 
Thor liep vrolijk naar zijn vrienden. 
Daar vertelde hij hun plan en ook dat er vrienden worden uitgenodigd mee te gaan.
Jubilee wilde heel graag mee gaan en Erin. Die konden wel naar The Mayflower aan de Theems  vliegen. Ze spraken af dat de andere 6 raven de ravenmasters zouden bezig houden en dan konden zij rustig vertrekken.
Cor kwam erbij en het leek iedereen het beste dat Cor zich gewoon liet zien op het terras en zo vast wel wat bier kreeg in een bekertje. De anderen zouden in de bomen onzichtbaar blijven en Cor zou dan voor de drank en knabbeltjes zorgen. Het was belangrijk dat de gasten op het terras niet zouden opmerken dat er Raven uit de tower op bezoek waren. Iedereen had het begrepen en de vogels gingen uitelkaar. Krah krah riep Purcha naar de oppassers en al vlug zagen de 4 pupgangers kans om ongemerkt weg te vliegen.

dinsdag 9 december 2014

Thor doet een bekentenis Hoofdstuk 8



Het was nog vroeg in de morgen en Cor voelde zich stukken beter. Zo gauw als hij kon moest hij hier zien weg te komen. 
Maar hij wilde nog graag met Thor spreken. Hij wilde nog over zijn vader en opa vertellen en hij wilde ook heel graag van Thor weten of hij gevangen zat in de Tower.
Hij hoorde buiten wat rumoer. Ja, het deurtje ging open en een Ravenmaster stond in de opening achter gaas. "Hello old boy. Hoe voelen we ons vandaag? " Dat ziet er al veel beter uit. Je was wel heel erg uitgeput. Ik breng je nog wat vlees en dan kan je vanmiddag vertrekken".
De Ravenmaster was weer weg en nog geen halve minuut later was Thor daar. Hallo Cor
,  gaat het  weer een beetje beter? Ik moet nu snel tegen je spreken, want ik word  in de gaten gehouden. Ik zal het kort houden, neef Cor, ik moet hier weg en jij bent de enige die mij kan helpen. Je weet dat ze mijn slagpennen kortwieken en dat ik dan niet meer goed vliegen kan. Nu hebben ze mij al heel lang niet meer bekeken en ik vlieg bijna nooit, zodat ze denken dat ik het niet kan. Daardoor vergeten ze mij te controleren. Wanneer jij weer weg kan, dan vlieg ik met je mee. Niet meteen, maar ik probeer achter je aan te komen. Wanneer iemand buiten ziet dat er een raaf buiten zit met een ring van de Tower, dan wordt er meteen jacht op je gemaakt. Die ring is niet af te krijgen, maar ik kan wel opa's ring er overheen zetten. Totdat ik ver genoeg weg ben  . Ik moet gaan, daar komt de Ravenmaster aan met een ei en wat vlees. Tot later. En weg was Thor.

Cor zat na te denken over het verzoek van Thor. Hoe wilde hij naar Nederland vliegen, over zee, terwijl hij nauwelijks het gazon over kon vliegen.Ah, daar ging het leuik weer open en de Ravenmaster had woord gehouden. Gastvrij waren ze wel . Mmmm een eitje , en wat vlees. Nou, dat ging hij zich laten smaken. Nu was hij in Londen en daar ging hij eerst eens van genieten.

Ondertussen zat Thor bij het putje met een ijzerdraadje. Oh, wat lastig. Hij probeerde het ringetje  te pakken , maar dat lukte niet. Het draadje was te recht .Onder tussen keek hij om zich heen of er niemand aan kwam.  Hij moest het draadje ombuigen,  hem krommer te maken met zijn snavel en poot.  Nog maar eens proberen, ja......ja....bijna......hij had het oranje draadje vast. Trok het uit het putje en vloog met de ring weg.
 Achter zijn slaapvertrek bekeek hij opa's ring. Die was doorgebeten aan een kant door opa, toen hij hem van zijn poot af wilde halen. Of door zijn vader. Nu moest hij die ring om zijn andere ring klemmen. Lastig , maar dat zou wel lukken. Nu nog niet. hij zou met de ring in zijn bek wegvliegen en dan buiten de ring om zijn poot doen. Cor zou hem wel helpen .
Hij vloog naar een boom waar hij het hok goed kon zien waar Cor in zat te eten. Nu maar wachten en dan.....kon hij gelukkig weer naar huis. Hij had zoveel heimwee naar zijn opa en naar vrienden van vroeger. Opletten nu, daar komt de Ravenmeester.


maandag 8 december 2014

Cor is in de Tower van Londen. Hoofdstuk 7



Ze zaten net rustig in een hoekje toen Cor zich  raar begon tee voelen . Het draaide en duizelde om hem heen. Hij hoorde Thor roepen, maar was niet bij machte om iets terug te zeggen.Thor vloog naar buiten en zocht een verzorger. Hij ging voor hem zitten en zei "krah krah ".....dan vloog hij naar het nachthok en de verzorger kwam achter hem aan. He, wie hebben we daar. Een dode kraai. Die zie je niet veel. Krah Krah......zei Thor opgewonden en tikte tegen het lichaam van Cor. Cor zijn ogen gingen open en toen hij de verzorger zag probeerde hij weg te vliegen. Maar die had hem al in zijn handen. Oh, jij ziet er niet goed uit vriend. Wat heb jij een mooie ring om. Door dat oranje koortje ben je zeker ergens vast komen te zitten. Kom, dat doen we af en daarna zal ik je eens even oplappen. Kom maar mee. Thor raakte buiten zinnen. Nee, nee, maar de oppasser had Cor al meegenomen.
In een stenen gebouwtje pakte de man een vloeistof waar hij de wonden van Cor mee verzorgde. Dan wat zalf erop en een paar dagen rust, dat zou hem goed doen. Hij werd weer naar buiten gebracht en ook in een soort slaapvertrek gelegd. Er zat gaas voor, maar Thor kon tegen hem praten.
Cor, niets aan de hand, slaap maar eens goed uit. Ik ga achter Charles aan en haal de ring op. Tot later.
De verzorger had de ring in zijn zak gestoken, dat had de vogel wel gezien. Waar was hij nu heen gelopen? Oh, daarachter liep hij over het grasveld . Hij raapte wat op, kletste wat tegen een bezoeker, pakte iets uit zijn zak en.....daar viel iets oranjes uit de zak op de grond. Thor vloog erheen, waar was hij nou. Nee, de ring met touwtje was precies in een rooster gevallen. Nou, die kreeg hij er niet uit. Maar daar lag hij voorlopig goed. Oh, hij was zo blij dat Cor er was. Hij vloog eerst eens even terug naar zijn neef.
Krah krah....riep Thor zacht. Cor maakte een oog open. Ha die Thor. Heb je de ring. Ja ja, loog Thor,

Ik heb hem verstopt. De oppasser had hem laten vallen. Kan je al een beetje praten Cor. Ja hoor. Allereerst moet ik je zeggen dat je opa heel erg trots op je is en dat hij veel van je houd.
Thor slikte even een snik weg. Hij is als een vader voor me. Dat is ook het enige nare hier, dat ik hem niet kan opzoeken. Maar waarom is hij niet zelf gekomen? Hij is al oud Thor. Voor hem is het te ver vliegen. Daarom vroeg hij mij dat te doen en als bewijs moest die ring mee.
Oh Cor, dat je dat hebt gedaan. En nu zie je eruit alsof je tegen 10 vogels gevochten hebt. Ja, lachte Cor zuur, dat klopt precies. En hij vertelde Thor hoe hij op Bass Rock terecht was gekomen.
Jeetje, je bent een held Cornelis. Nee, helemaal niet. Melvin was de echte held.
Weet je wat, laat mij nou maar mijn tukje doen, dan praten we morgen verder. Ja, ja natuurlijk. Je moet je rust nemen. Slaap lekker en tot morgen.

zondag 7 december 2014

Cor gaat naar Londen. Hoofdstuk 6







Daar zaten ze dan , de twee helden. Het was goed afgelopen, maar ze hadden alle twee wel wat schrammen en wonden opgelopen.
Nou Cornelis, ik ga binnenkort terug naar Bass Rock. "Wat....terug naar die overbevolkte hel", riep Cor vol ongeloof. Ja weet je, wij zitten daar goed om te nestelen. Het is er veilig tegen indringers, dat heb je zelf aan den lijve ondervonden. Ik heb daar mijn plekje met mijn vriendin. Samen kunnen wij daar rustig broeden Doordat er zoveel Jan van Genten en andere meeuwen zijn kan er geen roofvogel bij de kleintjes komen. ". Heb jij daar een vriendin? , vroeg Cor verbaast. Ja, daar vloog ik heen , in de hoop dat ze er al was. En ja hoor, ze was er. Toen hebben we nagevraagd of er een vogel gezien was met een ring aan een oranje draadje.Iedereen vroeg het aan zijn buurman en zo is hij gevonden. De vogel was blij dat hij er van af was. Hij begreep niet hoe hij dat ding rond zijn poot had gekregen.
Toen zag ik opeens dat er gevochten werd en dat jij aangevallen werd. Jij was een indringer , een gevaar voor de eieren en de kleintjes. En de rest weet je.
Ja, het was beter dat ik hier op je gewacht had, zei Cor berouwvol. Maar dan zien we elkaar niet meer. Hoe kan ik je danken? Geen dank, ben blij dat ik kon helpen.
Hier heb je de ring terug. Goede reis en de groeten aan Thor in de Tower.
En weg was Melvin. Niet te geloven wat ze samen meegemaakt hadden. Het werd nu toch tijd dat hij naar de Londen vloog.
Vol goede moed ging hij op weg. ai, het vliegen deed hem pijn aan zijn vleugels en nek.  Het weer was gelukkig goed en tegen het einde van de dag was hij blij dat hij het prachtige complex zag liggen.
Wouwwwww, indrukwekkend was het zeker.

Hij vloog laag over de gebouwen en de gazons en zag veel mensen lopen. Nu moest hij echt even rusten.  Hij ging op een muur zitten en uiteindelijk zag hij een raaf die resoluut over het gras stapte en dan weer op een bankje sprong
  en liet zich fotograferen door toeristen. Daar kwam een man met een hoed aan. Het leek of ze in gesprek waren met elkaar.
Dat moest een verzorger zijn. Cor wilde niet meteen opvallen. Hij moest erachter komen wie de kleine Thor was. Hij zou de ring meteen herkennen en dan kon hij met de anderen en met Thor praten en vertellen over zijn opa. 
Misschien was het wel een goed idee om gewoon wat rond te vliegen en ook op een bankje te gaan zitten . Dan zou hij wel zien hoe ze op hem zouden reageren . Hij had het voordeel dat hij weg kon vliegen bij een aanval en de raven konden bijna niet vliegen. Wat moet dat erg zijn om niet te kunnen vliegen. 
Terwijl hij zo zat te mijmeren kwam er een raaf onder hem langs stappen. Hee Mister, wat doe je hier? Ik kom Thor opzoeken, ken je hem ? Thor !  Of ik die ken ! Ja natuurlijk. Hij woont hier. Hij zal niet ver weg zijn. Waarom kom je hem opzoeken? Ik kom namens zijn opa. Oh look , daar is hij. Thor,  Thor kom eens. Hij zag een raaf op hem aflopen. Toen bleef hij staan, liep nog 2 stappen, dan riep hij Kraa Kraa....Cornelus, ben jij hier? Hij hipte als een wildeman naar hem toe, staarde naar de ring en keek daarna verschrikt naar Cor. De ring, piepte hij met dichtgeknepen stem. Is hij dood? Nee, nee Thor, er is niets met hem. Hallo , ze tikten even met de snavels tegen elkaar aan en Cor zag de emotie op Thor zijn gezicht. 
Gaat het dan goed met opa? Kom, ik neem je mee naar onze nachtvertrekken. Daar zitten we lekker even alleen. 
Wat zie je er uit Cor. Heb je een ongeluk gehad ? Ze liepen een eindje , dan vlogen ze weer en toen zag Cor de grote houten vertrekken. Ze liepen met een trapje naar boven en trokken zich terug. Ze hadden elkaar veel te vertellen.

zaterdag 6 december 2014

Cor op het vogeleiland. Hoofdstuk 5

J




Wordt wakker Melvin, kijk daar. Melvin keek nog wat lodderig uit zijn ogen, maar riep meteen......dat is het ! Dat is Bass Rock. Ha ha, het schip heeft ons er aar toe gevaren.  Het zonnetje scheen al en de veren waren alweer droog. Ik voel me prima, alleen wat hongerig. Ja, zei Melvin, luister, daar wil ik het even met je over hebben....." Hee julie daar , wegwezen !!!! Een matroos was het dek aan het schrobben en net voordat ze een emmer water over zich heen kregen konden Cor en Melvin weg vliegen. Waar gaan we heen Melvin, dit is de verkeerde kant op. Nee, we gaan eerst aan de kust een hapje eten en dan vertel ik mijn plan. Ze zochten op Schotse bodem naar voedsel vlak bij een gigantische brug.
Luister Cor, het lijkt me verstandig dat ik alleen naar het eiland vlieg. Ik ben een meeuw en er zitten alleen meeuwen en Jan van Genten. Het is daar zo druk en vol, dat wanneer jij er land of er boven zweeft, je meteen op je donder krijgt omdat ze denken dat je pasgeboren meeuwtjes komt stelen.  Jan van Genten zijn heel erg sterk en je zou wel eens zwaar gewond kunnen raken. Bedoel je dat jij alleen naar Bass Rock vliegt? Ja, zo is het , sprak Melvin. 
En hoe weet ik wat je doet en hoe het gaat en of ik je moet helpen ? 
"Dat weet je niet." Blijf jij hier bij de brug in de buurt , dan ga ik nu naar Bass Rock. 
" dat moet dan maar" , zei Cor een beetje beledigd. Nou, wens me geluk en denk eraan.....je komt niet! 
Met 3 krachtige slagen was Melvin al hoog in de lucht.  Hij krijste nog een paar keer en weg was hij. Jonge jonge dacht Cor, het is mijn ring en ik wil weten waar hij is. Hij waggelde nog wat heen en weer, maar toen steeg hij op en vloog richting Bass Rock. Ja, daar zag hij het liggen. Leek een gewone rots in de zee, maar toen hij dichterbij kwam wist hij niet wat hij zag. Duizenden en duizenden vogels. Er was geen plekje meer van de rots te zien. Daar kwam je helemaal niet meer tussen. Hoe deden die Jan van Genten dat?
Hij cirkelde over al die vogels en zag dat ze op hun plek bleven zitten want ze waakten over een ei. Maar dan kwam er een andere vogel aanvliegen om de plek in te nemen boven het ei. Er waren ook al kleine Jan van Gentjes te zien. Hoe vind ik hier mijn ring terug zuchtte hij. Hee, weg wezen jij. Er klapwiekte een vogel naast hem en hij was duidelijk hier niet gewenst. Kan wel zijn, maar hij bleef over de vogels heen vliegen. Zo'n oranje touwtje zou je toch wel kunnen zien wanneer je maar laag genoeg vloog. Opeens kreeg hij toch een dreun, hij schrok zich wild. Daar weer een, au .... Het werd menens . Nou , dan kenden ze Cor de Zwarte Kraai nog niet. Hij zou zich verdedigen met zijn scherpe snavel en klauwen. Nu kwamen ze met 3 man tegelijk op hem af. Wat hij ook tegen ze riep, ze sloegen er op los. Hij liet het niet op zich zitten en pats , pats, die hadden ze te pakken. Maar ineens voelde hij zich zakken, hij was bezig op de rots te vallen, midden tussen die grote dieren. Help, hij draaide zo naar beneden in landde tussen de enorme Jan van Genten. Die begonnen op hem los te pikken , hemel , ze maakten gehakt van hem. Hij zag sterretjes. Hij moest maken dat hij weg kwam, maar hij was niet meer in staat om weg te vliegen. Het was gedaan met hem, dat was zeker. Opeens hoorde hij gekrijs in zijn oor. Laat hem met rust, hij zoekt iets dat van hem is. Stop ermee. Cor, kom mee, blijf achter me. Cor hoorde het wel, maar toch bleef hij stijf zitten. Melvin zag dat Cor niet luisterde. Cor, kom mee, ik heb de ring, kijk! Kijk nou. Cor kon zijn ogen niet geloven. Hij had de ring....oh....geweldig. Hij liep achter Melvin aan en opeens waren zijn krachten weer terug. Hij sloeg links en rechts en hielp Melvin ook van zijn belager af te komen. En opeens vlogen ze door de lucht. Er waren nog wat uitvallen van enkele vogels, maar hij was zo blij, dat hij niets meer voelde. Ze vlogen als gekken en Cor kon zijn ogen niet van de ring afhouden die rond Melvin zijn nek hing. Hoe had hij dat geflikt ?Vertel Melvin, vroeg Cor ongeduldig. Nee,  straks wanneer we rustig zitten .
En zo kwamen ze weer veilig aan bij de brug met de ring rond de nek van Melvin.