Posts tonen met het label kraaienverhalen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kraaienverhalen. Alle posts tonen

maandag 1 december 2014

Hoofdstuk 1 Cor krijgt bezoek.



Op een dag zat Cor ,de Zwarte kraai, wat te dutten op zijn tak toen hij opeens gekras hoorde. "Krah. Krah, hallo beste neef Cornelis, "klonk het vlakbij. 
Cor keek verbaasd op. Het zal toch niet waar zijn, daar voor hem zat een grote Raaf en hij kende die raaf. Het was oom Thor. Die was een eind komen vliegen. "Dag oom Thor, wat een verrassing U hier te zien. Zal ik eerst wat eten voor u zoeken. Hier naast de boom zag ik net nog heerlijke kevertjes." "Nee jongen, doe geen moeite. Ik neem straks wel wat. Ik zal maar eerst vertellen waarvoor ik hier ben. Het zit nl. zo.
Enkele dagen geleden is mij ter ore gekomen dat mijn kleinzoon Thor, die in Engeland leeft, toegetreden is tot de raven van de  Tower of Londen ."
"Zo zo, zei Cor, dat is een hele eer. Nu zult u hem niet vaak meer kunnen zien. Ik heb gehoord dat je dan enkele vleugelpennen moet missen zodat je niet ver meer vliegen kunt. Maar je word dan wel goed verzorgd. Geen reden om ver te vliegen. Wat is het dat u dwars zit oom Thor?"
"Ja, Cornelis", sprak de raaf; "luister... Uh hum......nu voel ik dat ik niet meer in staat ben om zo,'n verre reis te maken. En de vorige keer dat hij hier nog was dacht ik er over om kleine Thor, hij heet naar mij, mijn ring te geven." "U ring?" vroeg Cor verbaasd. "Ja, je weet dat ik ooit geringd ben, ook alweer vele jaren geleden. Nare kerels hadden mij met een net gevangen en een ring om mijn poot gedaan. Ik vond dat erg onprettig. Ben  er ik weet niet hoelang mee bezig geweest om hem af te krijgen. Mijn zoon Ruuf heeft mij geholpen en het is gelukt. Kleine Thor wilde hem graag hebben, maar zijn vader hield hem als aandenken verstopt onder een Eikenboom. Mijn zoon is een paar maanden geleden verongelukt, je kent hem wel. Hij was af en toe wat roekeloos en dat heeft hem zijn leven gekost."Het werd een heel verhaal. Waar wilde ome Thor naar toe?
"Wat is U vraag oom Thor. Stel hem gerust"zei Cor.  "Nou, mijn vraag is : Zou jij Cornelis, de ring naar kleine Thor willen brengen in de Tower en hem vertellen hoe trots ik op hem ben. Dat was mijn vraag. Of je het doet, dat is aan jou. Ik weet dat je nog nooit over de zee bent gevlogen en dat je bang bent je territorium hier kwijt te raken,maar  ik verzeker je dat ik hier zal komen logeren en je plek hier zal verdedigen. Dat kan ik nog wel". Cor zat perplex te luisteren . Oom Ruuf dood, kleine Thor in Londen. 
Hij was toch geen trekvogel. Nooit had hij zin gehad om ver weg te vliegen en al helemaal niet over zee. Dat was niet ongevaarlijk. Wanneer er storm zou zijn, dan werd je de verkeerde kant opgeblazen en wie weet wanneer je dan weer land zag. Misschien zou hij neerstorten in de zee van vermoeidheid. 
Oom Thor had gelijk. Wanneer je een poosje weg bent, dan wordt je plek ingenomen door een andere kraai en dan moest je maar zien hoe je er weer een vond. Zonder vaste plek kreeg je ook geen vrouwtje. Dat moest hij echt voorkomen.


Oom Thor zag zijn twijfel." Kom jongen, we gaan eerst een hapje eten en dan vertel ik je alles over die grote oversteek. En wanneer je dan nog twijfelt, dan zien we er vanaf. Ik ben een oude sentimentele Raaf. Kom op"....en hij zoefde de boom uit. 

dinsdag 25 november 2014

Kraaienliefde...een klein Kerstverhaal.



Op een dag zag hij haar zitten. Ze zat trots, als altijd, op een tak. De Zwarte kraai kon zijn ogen niet geloven. Dat kon ze niet zijn, ze lag levenloos op de straat. Dagen heeft hij bij haar gezeten, maar ze bleef er maar liggen . 

Daarna moest hij toch weer wegvliegen om eten te zoeken en toen is hij haar kwijt geraakt. Ze lag er niet meer. Dagen lang riep hij haar, maar nooit kwam haar antwoord.
Hij zat in een boom tegenover een huis toen ineens de lampen aangingen en achter een raam zag hij een kraai zitten. In dat huis, op een tak, daar zat ze. Ze bewoog niet, maar hij herkende haar silhouet uit duizenden. Ze moest het zijn , ze zat heel stil maar ze was het, geen twijfel mogelijk. Hij was verward en blij. Zijn hart bonkte in zijn vogellijf. Zenuwachtig zat hij heen en weer te schuiven op de tak. Hij vloog naar beneden, liep naar het raam en vloog op de vensterbank.  Hij tikte tegen het raam, hij riep haar...Krah krah, maar er gebeurde niets. Hij boog , zette zijn vleugels uit, krah krah.....kijk nou toch....ik ben het ! Er kwam geen reactie, net als toen ze daar op straat lag onder die lantaarn. Stil bleef hij zitten en keek naar binnen. Het begon zachtjes te sneeuwen en hij merkte het niet. Toen hij even zijn ogen dicht gedaan had en weer opende was ze weg. De tak was ook weg. Had hij dit gedroomd?  De deur ging open en een vrouw kwam naar buiten met de vogel in haar hand. Ze zette de vogel  buiten neer en maakte de deur weer dicht. Hij hield zijn adem in. Met een krop in zijn keel bleef hij zitten waar hij zat. Wat nu, hij moest er naar toe. Na een poosje vloog hij op en ging hij naast haar zitten, raakte haar vleugel aan en haar snavel. Ze was levenloos en toch trots. Het was even zoals anders. Samen in een boom of ieder in een andere boom. Zij riep hem hij antwoorde. Samen buitelden ze door de lucht. Samen pikten ze aan een muis of zaten zomaar te zitten en keken over het land. Een tweede leven had ze hier. Het was duidelijk dat het voorbij was, voor altijd. 
De deur ging weer open en de vrouw zette haar weer binnen. Hij had niet gemerkt dat ze zo nat waren geworden. 
De volgende dag zat hij in alle vroegte weer aan het raam. Ze stond er nog en de vrouw zat een boom op te tuigen met allemaal lampjes en ballen. En voor al die lampjes stond zij, hij vond het een mooi beeld. Hij bleef zitten en tikte weer tegen het raam. Hij moest haar nog een keer voelen, dan zou hij vertrekken. Na uren ging de deur open en de vrouw ging naar buiten. Ze had de vogel niet bij zich , maar de deur open gelaten. Hij bedacht zich niet, hipte naar binnen en zocht zich een weg door de keuken en de gang. Ja, hier was het. Ze stond nog op haar tak. Hij probeerde op de tak te vliegen, wat niet makkelijk was in die volle kamer. Zo beef hij een poosje zitten. Ze was stil, ze kraste niet meer , ze rook heel anders. Hij moest verder, hij wist nu waar ze was. Opeens stond de vrouw in de deuropening. Ze sprak niet , maakte plaats voor hem, zodat hij weer naar buiten kon . Noch eenmaal kraste hij....Krahhhhhh...... en vloog toen de nacht in.