maandag 18 november 2013

Verhaal om voor te lezen .....De eekhoorn en het konijn



In een groot bos leefde een eekhoorntje. Hij  was nog jong en speels en vloog graag van tak naar tak boven in de hoge bomen. Zijn moeder had dat niet graag en gaf hem dan standjes over zijn wilde gedrag. Vader nam hem mee om hem de noodzakelijke dingen te leren.  " Kijk zoon, " sprak hij dan
vaderlijk, "binnenkort moet je voor je zelf gaan zorgen en ga je naar een ander stuk van het bos. Dan

zie je lekkere besjes en eieren van vogels en het leven is een feest. Maar wanneer het kouder wordt , dan moet je voorraden gaan inslaan. "wat zijn dat?", vroeg de jonge eekhoorn. 'Eten dat je kunt bewaren en wanneer je dan eens honger hebt
en er hangt niets aan de struiken en bomen, dan ga je naar de plek waar je dat ingegraven hebt. Verzamel eikeltjes, beukennootjes, dennenappels. Alles wat je lekker vind en dat hard is. Maak een gat in de grond of steek het in een boom, je zult zien dat het nog van pas zal komen.'
En nu was het zo ver. Vader en moeder hadden hem uitgezwaaid en Pieterke stond er nu helemaal alleen voor. Hij had het wel getroffen, want het was mooi weer en de struiken hingen vol met heerlijke zoete bessen. Hij at zijn buikje rond. Nu moest hij toch even een klein slaapje doen, want met deze buik kon hij onmogelijk van tak naar tak springen. Hij zocht een plekje en vond al snel een oud vogelnest, waar hij makkelijk kon liggen.
Al heel snel sliep hij heerlijk op zijn rug in de schaduw van de bladeren van de oude eik. Hij droomde van bossen en dieren en hij schrok van het gekerm van een vreemd dier in het bos. 'Ah....auw...'Hij dacht dat hij droomde, maar nee, hij was wakker en het gekreun was er nog. Hij draaide zich om en keek eens over de rand van het nest naar beneden. Ja, daar hoorde hij het weer. 'Ahhh....'Wat lag daar beneden aan de voet van de boom. Een dier met lange oren die plat langs zijn kop hingen en hij jammerde er op los.

Vlug sprong hij over de rand en liep snel langs de stam naar beneden.

"dag vriend", sprak hij tegen het konijntje."wat is er met jou?". "waarom huil je?" Het konijntje schrok van het onverwachte bezoek.
'Dag vreemdeling, ik ben Joopie en ik liep hier wat rond, toen ik ineens zo'n pijn in mijn poot kreeg, het is niet om uit te houden.". "Laat mij eens kijken , zei Pieterke vriendelijk, misschien zie ik wat er aan scheelt. Oh, ik zie het al, een hele lange doorn zit er in je poot. Daar kan je niet verder mee lopen. Ik zal hem proberen eruit te trekken. Zet je schrap. Het konijn beet op zijn kaken en met volle kracht trok Pieterke aan de doorn. Ahhhhh......riep Jopie.....aaaahhhhhhh.....hebbes ! Kijk eens kerel.....deze doorn zat er in jouw poot. Pffff...zuchte de eekhoorn. Die zat diep zeg.Maar nu zal de pijn snel over zijn.'
Het konijntje keek naar zijn poot en naar de doorn en er verscheen een grote glimlach op zijn gezicht.
"wat fijn dat jij hem eruit kreeg , zei Joopie. Ben je hier bekend in het bos? Nee, niet echt. Ik moest van mijn ouders op eigen poten gaan staan en ik vind het heerlijk . Mooi weer en genoeg te eten. Mijn moeder ziet me niet, dus ik mag nu alles.

En jij? 'Het gezicht van het konijntje betrok. ' Nou.....eh...ik ben hier nu enkele dagen en weet echt niet waar ik ben. Ik zat eerst altijd in een kooitje met gaas ervoor en kreeg iedere dag te eten en ook werd ik wel eens op gras gezet. Ik werd geaaid door kinderen, het was best een fijn leventje. Maar op een mooie dag werd ik uit het hok gehaald en in een tas gestopt. Pikkedonker werd het. Ik hoorde deuren dichtslaan en auto geronk en na een poosje stonden we stil, werd ik uit de tas gehaald en hier in het gras neergezet. De auto vertrok en ik zit hier al enkele dagen te wachten totdat ze eten komen brengen. Maar er komt nog niemand en ik heb zoveel honger en dorst'.
Oh, nou dan moeten we maar snel eens wat water gaan opzoeken. Ik zal eens in deze hoge boom klimmen en eens kijken of ik iets zie. ' En weg was Pieterke. Het konijn verschrikt achterlatend. 'Joe hoe, riep opeens de eekhoorn vanuit de lucht. Ik denk dat ik water ruik. ' wIn enkele tellen stond de eekhoorn weer op de grond en wees met zijn pootje een kant uit. Daar moeten we heen. Kom maar achter me aan  ehh hoe heet je ook weer? Jopie, zei het konijn opgewekt. En ga jij dan met me mee? Natuurlijk. We zijn nu vrienden, vind je ook niet? "ja....natuurlijk.....wat fijn. Laten we gaan, zei Pieterke en met enkele sprongen vloog hij over het pad. Nou, dat kon Joopie ook hoor. En pfffff....weg waren ze, het diepe bos in.


'Hee Pieterke....waar ben je? ' Riep het konijntje . Hij was even gestopt met rennen, want zijn buikje rammelde en hij had me toch een dorst.
'Pieterke !'  Schalde het nog eens door het bos. Opeens voelde hij iets op zijn rug vallen. Hij schrok, keek omhoog en zag daar de eekhoorn lachen in een tak. Hee, Joopie, ik heb je toch geen pijn gedaan hoop ik. Wanneer ik van tak naar tak spring valt er wel eens een dennenappel of eikeltje naar beneden. Ja ja, zei Joopie, dat zal wel. Volgens mij liet jij hem per ongeluk  vallen en viel die heel toevallig op mijn rug.
Maar heb jij nu al gezien of we goed lopen? 
Ja ha...kijk maar eens goed uit je ogen....zie je het niet glinsteren daar tussen die bomen? Daar is het. In ieder geval is daar alvast water. 
Kom laten we daar maar heen gaan, anders loop je straks nog langzamer dan een slak.
Nou....dat liet Joopie zich geen twee maal zeggen en in enkel sprongen was hij aan de rand van het water en dronk , dronk, alsof hij in de woestijn gelopen had.
Rustig aan vriend, zei de eekhoorn. Niet te snel. We hebben de tijd hoor.
OK, nou dat was lekker, zei Jopie. Pieterke zat gezellig naast hem en nam ook enkel slokken water. En nu, sprak de eekhoorn. Wat eet een konijn? Lust je bast van de boom? Ja hoor, zei het konijn. Bast en gras en jonge bladeren. Maar weet je wat ik heerlijk vind? Nou ? Zei de eekhoorn. ' Vertel op. Een heerlijke grote oranje wortel.'  Het water liep al uit zijn bek terwijl hij het vertelde. ' Een enkele keer kreeg ik dat en dat is echt een feest.Verder lust ik alles wat groen is hoor. Ik kom wel aan mijn kostje, denk ik. Ja, zei Pieterke, dat denk ik ook, maar ik herinner mij dat ik aan de rand van dit bos een stuk land zag liggen waar veel veel groen uitstak en ook wat oranje dingen lagen. Kan zijn dat het een wortelveld is. Laten we gaan kijken. '
Het duurde niet lang, of ze zagen het mooiste stukje land dat ze ooit gezien hadden. Maar er zat een hek met gaas rond. Met enkele sprongen was de eekhoorn er overheen. Kom Jopie.  Kijk eens hier. Een koningsmaal ! Hij keek om en zag dat zijn vriendje beteuterd zat te kijken naar het hoge hek. Probeer eens door het gaas te klimmen, riep de eekhoorn. Jopie duwde zijn kop door het gaas, maar ach, hemel .....hij kreeg zijn kop er niet meer uit. Hij zat vast en tot overmaat van ramp zag hij een man aankomen lopen met een riek en een mand. Vlug kwam Pieterke naar het hek en duwde met zijn 2 pootjes tegen de kop van het konijn. Lukt niet, fluisterde hij. Blijf hier stil liggen. Ik kom straks terug en help je hieruit.
Pieterke rende snel weg en sprong in de eerste boom die hij tegenkwam.
Met hartkloppingen keek hij naar zijn vriend daar onder aan het hek. ' Oh nee ! ' De man liep direct op Jopie af.De eekhoorn sloot zijn ogen, durfde niet te kijken wat die man met zijn riek zijn vriend zou aandoen.

De man bukte zich en bromde binnensmonds iets van.....wat hebben we hier! Jopie hield zich dood. Ogen dicht en lijfje slap. Maar jongen.....je zit met je kop in het gaas. Hij voelde aan het konijn en schrok. Hij kan nog maar net dood zijn , hij is nog warm. Uit zijn zak haalde hij een tang en knipte het konijn met 2 knippen los. Nou, zei  de boer, ik denk dat we deze week konijn kunnen eten. Hij is een natuurlijke dood gestorven en hij ziet er goed uit. Ondertussen keek Pieterke boven in de boom naar deze onfortuinlijke situatie. Was zijn vriend Jopie nu van schrik gestorven? Hij lag daar zo stil op de grond terwijl hij toch al los was uit dat gaas. Opeens kreeg de eekhoorn een idee. Hij pakte een dennenappel uit de tak naast hem en hop......op de kop van de boer. Wel voor de drommel......wat is dat, zei de man. Terwijl de man omhoog keek sprong Jopie opeens recht en maakte zich uit de voeten. Rennen Jopie, riep Pieterke, rennen....ik vind je wel. Jopie rende alsof zijn leven er vanaf hing. Hij draaide zich niet om....nee...er vandoor en zo het bos weer in.


Na enige tijd durfde Jopie te stoppen en achter zich te kijken. Niemand te zien. Zijn hart ging te keer. Wat een schrik. Bijna was hij het haasje geweest. 
Wat een brillant idee van zijn vriend en redder Pieter. Waar zou die nu ergens  uithangen. 
Hij ging nu eerst maar eens een hapje eten. Dan maar geen wortel. Een beetje gras en wat jonge scheuten gingen er wel in. 
Ondertussen vloog Pieterke hoog in de bomen van tak naar tak. Net toen hij eens goed wilde rondspeuren of hij Jopie ergens kon ontdekken schrok hij zich een aap. Een enorme krijs aan zijn oor deed hem bijna naar beneden vallen. Ek....ek......
Een grote ekster keek hem met venijnige kraaloogjes aan. Wat doe jij hier.....vroeg de ekster? Nou, niks eigenlijk. Zit hier een beetje te zitten. Mag dat niet. Nou, liever niet, sprak de Ekster. Ik heb in deze boom mijn nest en ik heb liever dat je vertrekt. Je brengt onrust en ik moet op mijn eieren blijven zitten.
Ik kan jullie soort, je draait je om en weg zijn de eieren.
Met een grote schreeuw probeerde de ekster Pieter angst aan te jagen. Weg...weg jij....
Nou nou, ik ga echt niet naar je nest hoor, maak je niet druk. Ik kijk gewoon even of ik mijn vriend kan ontdekken. Het is een konijn en ik hoop hem snel te vinden. Maar toch niet in deze boom , zei de ekster en gaf de eekhoorn een flinke neep in zijn zij. 
Weg...weg......de ekster werd echt boos en duwde onverwachts de eekhoorn uit de boom.
Ohhhhhh.....help! Riep Pieterke nog net voordat hij op de grond plofte. Onderaan de boom lag hij en zag sterretjes. Zijn kopje deed pijn en het bos stond scheef. Wat was er gebeurd? Een hele tijd bleef hij zo liggen tot er opeens onder hem geduwd werd. Zijn hele lijf ging omhoog en de aarde ook. Het leek wel een aardbeving.Waar was hij terecht gekomen ? Allee jong, schuif eens op , klonk het onder hem.....wat ben jij zwaar. Een bruine neus keek op hem neer. Wat was dat nu weer voor een dier. Ik ben een mol, sprak het dier. Ik zie je niet goed, want ik ben blind. Met mijn snorharen kan ik je voelen en dat is net als zien, begrijp je. Mag ik eens aan je voelen? Ga je gang, kreunde de eekhoorn. Zeg maar wat je er van vind. 
Mooi ,mooi, zei de mol. Mooie vacht en staart. Je lijkt wel iets op een grote muis , maar met een dikke mooie staart en een raar hoedje op je hoofd. " Een hoed op mijn hoofd, kreunde de eekhoorn. Met zijn poot voelde hij een aan zijn koppie en warempel, een enorme buil voelde hij. "Die hoort daar niet te zitten , zei hij tegen de mol. Dat zal wel door mijn val gekomen zijn. Hij probeerde om eens recht te gaan zitten en de mol eens te bekijken. "Waarom ben jij blind?" vroeg  hij aan de mol. "Wij mollen zijn allemaal blind, wij leven onder de grond en daar zie je toch niets. Zo zijn onze ogen door de jaren heen blind geworden. Ik mis ze niet, ik voel alles en ruiken kan ik ook goed. 
Mijn naam is Frits. Misschien zien we elkaar later nog eens. Ben voorzichtig. Blijf maar een beetje op de grond, misschien en je je evenwicht nu kwijt met die bult op je kop. 
Oh ja, zij de eekhoorn. Mijn naam is Pieterke. Wanneer je toevallig een konijn tegenkomt die Jopie heet, zeg hem dan dat ik hier in de buurt ben.
Komt in orde Pieter. Tot ziens jongen. 
Ha ha zei Pieter. Tot voelens voor jou. 
En weg was hij weer. Daar zat hij nou, moederziel alleen. Zijn oogjes vielen dicht. De eekhoorn was in een diepe slaap verzonken.



Oehoe...ehk...de eekhoorn schrok wakker. Het was pikdonker om hem heen. Was die akelige ekster weer terug gekomen? Hij zag niets. Ahhhh... zijn kop deed nog wel pijn wanneer hij recht stond. 
Hallo, wie is daar ?
Oehoe....klonk het weer. Opeens zag hij het grote ogen en een grote kop. Wie ben jij? " vroeg de eekhoorn een beetje bang. Ik, ik ben Liesje en ik ben een uil. Wat doe jij daar op de grond. Eekhoorntjes kunnen beter boven in de boom zitten, zei de uil.Ja, dat klopt. Ik ben Pieterke en ben uit de boom gevallen en nu durf ik niet goed meer te springen van boom tot boom, ik heb een grote bult op mijn kop.
Ja, dat zie ik .Voorzichtig  voelde de uil aan de bult. Wacht hier even. Ik zal wat koud mos halen en een beetje op je hoofd leggen.
Wat lief, dacht de eekhoorn. Net zoals mijn moeder zou doen. Even bekroop hem het gevoel van eenzaamheid. Hij miste zijn ouders. Het was niet altijd leuk in het bos. 
Pss, pssss....hoorde hij opeens. Ben jij het Pieterke. Ja, fluisterde de eekhoorn. Ben jij het Jopie.
Ja, van blijdschap kroop de eekhoorn tegen het konijn aan. Wat ben ik blij dat ik je weer zie. Waar was je en voel je je toch goed? Ja, ik had. Gelukkig verder niets. Ben wel heel lang doorgerend, zo bang was ik.
Oehoe....daar was Liesje terug. Ze had een groot stuk mos  bij zich en legde dat op de eekhoorn zijn kop.
Wie is deze vriend van je? Jopie vertelde de uil hun verhaal. Hoe hij op de vlucht was geslagen voor de boer en hoe de eekhoorn hem gered had.
 
Zo zo, sprak de uil.Wat fijn dat jullie vrienden zijn geworden.
Wanneer je dit mos nu op je bult laat liggen deze nacht, dan zal hij morgen verdwenen zijn.Kan je daarna weer hoog in de bomen slapen. Weet je wat een goed idee is.....de uil vertelde de twee vrienden wat ze konden doen. Wanneer Pieter straks boven in de boom slaapt dan kan Jopie onder in de boom slapen in dat gat tussen de wortels. Misschien kan Frits wel even helpen met het gat dieper te maken. Opgelucht keken de dieren de uil aan. Wat een goed idee.
Toen de uil weg was zaten de 2 vrienden nog wat na te praten over hun avontuur. Na een poosje sliepen ze tegenelkaar aan onder de grote boom. De uil zat boven in de boom en keek vertederd na de 2 dieren die beide nog niemand hadden. Een onderzoekende eekhoorn zonder familie en een eenzaam konijn die nog niets wist van het vrije leven in een bos.
Het zou wel goed komen met die twee. Ze zou wel een oogje in het zeil houden.


woensdag 13 november 2013

Een tweede leven

Het hele gezin , vader, moeder en twee kinderen, keken altijd of er misschien ergens een dood of gewond dier langs de kant van de weg lag. Onder het fietsen of wandelen of zelfs  in de auto , er werd gestopt en het dier werd meegenomen. Thuis werd het bekeken en wanneer het nog intact was dan ging hij de diepvries in. Het gezin woonde in Duitsland, maar had in Cadzand een woning voor de vakantie. Wanneer het maar even kon was de hele familie in Zeeland, waar ze genoten van de zee en de duinen, van het fietsen en van de vele wandelingen die ze samen maakten. Zowel vader en moeder en de kinderen spraken tegen de Zeeuwen Nederlands en ook waren ze lid van  Duumpje, de vogel en natuurvereniging in deze contreien.
En zo kwam het dat er nu 165 dieren opgezet zijn en in mooie glazen kasten op zolder staan. |Ieder dier heeft een verhaal. Ze weten nog precies wie hem het eerst zag en waar hij lag. Nadat hij eerst ingevroren werd voordat er een afspraak  gemaakt werd met de man een dorp verder die hem later zou opzetten. Maar eerst moest er met het dier naar de politie gegaan worden. Die keek of het dier een natuurlijke dood is gestorven en dan kreeg je een briefje mee en moest je rechtstreeks dezelfde dag nog naar de opzetter.
Dan , na 3 weken of langer, konden ze het dier ophalen.
Dat was ook weer spannend, want hoe zou hij erbij staan. Nu zouden ze zien hoe hij eruit had gezien wanneer hij nog leefde. Keek hij vroeger ook zo? Stond de bunzing ook zo recht met hangende pootjes of met kromme rug op een tak?
Het werd een liefhebberij. Echt alles werd meegenomen en opgezet. Van muis tot reiger, van egel tot konijn . Een jong vosje, bunzingen zagen ze veel . Aangereden of misschien afgeschoten. Ook wel vergiftigde dieren zeker.
Niet altijd vast te stellen.
De kinderen zijn volwassenen geworden. Ook zij hebben kinderen gekregen. Het huis is nu ook voor de 5 kleinkinderen een geliefd huis. Ook zij zijn dol op de natuur en de dieren die daarin leven. Vader is nu niet goed meer ter been. Moeder is al enkele jaren geleden gestorven, maar toch komt hij nog altijd naar het huis, om de tuin te onderhouden, ook al gaat het nauwelijks meer. Natuurlijk ook om de mensen die hij al vele jaren kent te bezoeken.
Zo komt hij al jaren naar onze garage. Brengt de Duitse postzegels mee die Adrie zijn vader spaarde en die Adrie nu nog steeds spaart.
Dan brengt hij voor Kerst 2 dozen Achenerprinten mee. Heerlijke kruidkoek met een chocolade omhulsel.
Dan laat hij zijn auto bij ons nakijken en wanneer hij te ziek is om te komen dan komt zijn dochter met de auto en de postzegels.

Deze lieve sympathieke familie is niet altijd in onze gedachte maar toch op gezette tijden denken wij aan hen. Nu heeft hij gelukkig weer een lieve vrouw, maar ook zij kampt met ziekte.
Vandaag ben ik ze gaan bezoeken. Het was heel erg
gezellig en lief. De dieren nog eens bekeken en gefotografeerd.
 Wat een fijn en liefdevol gezin.
Wat heerlijk dat zulke mensen  bestaan . Dat er toch nog harmonie en liefde is.






zondag 3 november 2013

Zoals dat gaat met wonderen

In afwachting van zijn laatste roman ben ik begonnen in het boek "zoals dat gaat met wonderen".
Het zijn zijn dagboeken van 2000 tot 2007. Hij verteld over zijn moeilijke jeugd vol vernederingen en pesterijen. Over zijn ontmoetingen en over zijn reizen .Heel open is hij over zijn gelukkig leven dat hem ten deel is gevallen door zijn grote liefdes.

Hij huilt samen met de moeder van Poetin.
Hij is in Ghana samen met toen nog Prins Willem Alexander en Maxima. 
Hij is vaker in Afrika vanwege zijn boek" de zwarte met het witte hart."
In deze periode van zijn dagboeken schreef hij vele romans en schreef hij ook nog het boekenweekgeschenk , een scenario voor een film en een libretto voor zijn opera.
Wanneer doet hij dat allemaal?.Een soort duizendpoot. Dan moet hij nog lezingen 
houden over zijn boeken en duizend en een zaken onderzoeken voor de roman waar hij dan mee bezig is. 

Dit is een heel persoonlijk en intiem geschreven boek. 


Ik ben helemaal in de ban van dit boek. Het heeft 454 pagina's. Dat is toch wel een pil. En in 3 dagen ben ik al op pagina 300. 
 

Een boek dat je aan het denken zet. Wanneer kan je de lezer raken met je boek, was ergens de vraag. Het antwoord was "schrijven vanuit je hart". Dat is waar. Daar ben ik het mee eens.  



zaterdag 2 november 2013

De man van je leven

Ja, die heb ik al. Maar het boek nog niet.
Arthur Japin schreef het in 1 jaar tijd en nu ligt het in de winkel. Ik zag hem al staan, maar om een of andere reden dacht ik " dat komt nog wel. " Ik heb zijn dagboeken nog niet eens uit. 
Maar opeens las ik dat hij een lezing zou geven Bij Waanders in Zwolle. 
Daar woont mijn lieve vriendin Anneke. Ik weet dat ze niet zo heel graag de deur uit gaat, maar dit is toch wel uniek. Ik schreef haar een lieve mail  met de vraag of ze zijn boek wilde kopen en na de lezing ook nog wilde laten signeren door de schrijver. Natuurlijk  zou ik het begrijpen wanneer ze het niet zou doen, even lieve vrienden. Ik weet hoe ze voelt en ik voel net zo. Maar de volgende dag belde ze.
" Weet je waar ik morgen ben!", zei ze. Oh, ze is dus al ergens anders, dacht ik. Maar nee, het boek had ze al en bij Waanders lieten ze haar nog binnen, al was het er al vol. Gisterenavond belde ze weer. Het was volbracht en ook nog eens heel leuk. Het boek met zijn handtekening komt eraan! 
 Dikke kus voor haar.


Zoals je ziet is de omslag naar een schilderij van Noël Coward. Een beroemde Engelsman die zong, schilderde, componeerde en toneelstukken schreef. Net zo veelzijdig als Arthur zelf.
In Zwolle vertelde hij daarover. Anneke kende het repertoire van deze Coward.
Het verhaal speelt zich op een niet bestaand eiland af . Deze Coward is gestorven op Jamaica .


Zo, het is uit. Pffff.....wat een boek. Knap gedaan. Eerst pakte het me, dan , net als ik dacht....wanneer gebeurd er wat, slaat het toe. De totale verwarring. Een hele ommekeer in het verhaal. Het sleept je in een keer mee na het einde van het boek.
Het is een wijze les, een boek om bij het leven stil te staan.
Achter op de f lap staat:

'De betovering is gebroken', zeggen de mensen, wanneer hun grote liefde voorbij is. 'Het sprookje is uit', als was het een illusie waarmee hun gevoel hen al die jaren had bedrogen.
Alsof het een verblinding is geweest, en nu ze verdriet hebben omdat ze beter zijn gaan zien.
'Ik ben droeviger maar wijzer,' verklaren ze, alsof liefhebben een vorm van domheid was en hun ontgoocheling een dure, maar noodzakelijke levensles. 

Het tegendeel is waar. Liefhebben is de illusie niet, maar leven.

Artur Japin heeft een prachtig boek geschreven. Heel luchtig en vrolijk en ook raakt het je enorm.
Dank je wel.


donderdag 31 oktober 2013

Rijksmuseum

Eindelijk stond ik voor het Rijksmuseum. Of beter gezegd, ik stond voor het van Gogh museum omdat ik daar een lange rij mensen zag staan en dacht dat het daar wel moest zijn. Al vlug zag ik mijn vergissing in en kon zo het Rijks binnenlopen.

De centrale hal waar je binnenkomt is ruim en staat vol met suppoosten.
Alles klopte en we konden zo beginnen aan de tour.
Ik was samen met een goede vriendin , dus we moesten elkaar een beetje in de gaten houden. 
Na al heel wat moois gezien te hebben zocht ik nog naar een speciaal schilderij van Joseph Israëls .We waren op de tweede verdieping, dus dat was goed. Maar niet kunnen vinden. Suppoosten genoeg, dus daar aan gevraagd waar het schilderij "Kinderen der zee" hing van Israëls . Ze antwoorde...
" dan moet u naar de centrale hal gaan, want wij weten niet waar de onbekende schilders hangen" 
Dan maar even verder lopen. Ja......daar hing het, een deur verder dan waar de suppoost stond. Tja, je kan ook niet alles weten. 





maandag 28 oktober 2013

Op zolder


De dakpannen ratelen boven mijn hoofd. Er staat buiten windkracht 8 en zal nog toenemen tot 9 of 10 zeggen ze op de radio. Er zijn windstoten van 151 Km per uur gemeten in het noorden van het land.

Toch zit ik hier in de nok van het huis onder de dakpannen wel gezellig tussen al onze boeken, die als een grote schat uit de kasten gehaald zijn. Daar stonden ze drie rijen dik en het was niet raadzaam om lang te zoeken want dan had je een uur nodig om alles weer terug te duwen.
Nu staan ze hier te pronken in lage kasten onder de schuinte van het dak. Je kan met je hand langs de boeken gaan en wanneer je een speciaal boek nodig heb dan vind je dat in enkele luttele seconden.
Je zit hier in een heerlijke grote stoel en dan zie je ze staan. Al die prachtige kaften van Isabel Allende, van Carlos Ruiz Zafon, Arthur Japin met Vaslaf en straks komt daar nog bij " zoals het gaat met wonderen".Die kan er dan mooi naast staan wanneer het gelezen is. Ook zo'n leuk boek is "schrijvers en hun huizen van Erdmute Klein. Charlotte Mutsaers staat op de omslag en laat haar prachtige huis zien op de Nieuwezijds Voorburgwal .Daar woont ze nu niet meer, nu woont ze aan de Herengracht in Amsterdam en in Oostende en Frankrijk. Zo leeft ze drie levens tegelijk , zegt ze. En wanneer je in de stad woont dan ook echt in het centrum. Je moet dicht bij de hoeren wonen, dan is het goed.
  Arthur Japin woont prachtig in een heel oud pand in Utrecht. Heeft ook zo,n soort zolder als wij, maar wel wat groter .Aan alle wanden lage boekenkasten en prachtige rode stoelen en bank om lekker lui te lezen. Nelleke  Noordervliet, Oek de Jong, Carry Slee en nog vele anderen laten hun huizen zien.Simon Vinkenoog qin een oergezellig huis in een volkstuinencomplex. Hij noemt zijn zomerverblijf zijn Datsja Eden.Ik kan wel door blijven gaan , terwijl buiten de vogels als straaljagers mijn hoge raam voorbij razen. 
Er ligt hier de prachtige biografie van Ellen Vogel, geschreven door mijn beste vriendin Anneke Muller.
Vol met foto's van weleer en boeiend geschreven.
En wat te denken van alle boeken die Charlotte Mutsaers heeft geschreven. Ik zie er 11 van haar hand. Voor mij is de mooiste " Rachels rokje". Ik was er weg van. Na het lezen van dat boek kwam ik met haar in contact en het bleek een hele lieve ruimhartige vrouw te zijn . 
Dan het boekje met de rode kaft "Naar de vuurtoren " van Virginia Woolf. Adembenemend vond ik dat. Wel 3 keer gelezen. James Joyces met "dubliners" . Hij beschrijft het alledaagse leven in Dublin rond de eeuwwisseling. Prachtig !
Het is te veel om op te noemen. Mijn plan is om af en toe eens over de mooiste boeken iets te schrijven.
Vandaag 27 oktober 2013 is Lou Reed gestorven op 71 jarige leeftijd. Hier zijn prachtige lied
http://www.youtube.com/watch?v=QYEC4TZsy-Y

dinsdag 15 oktober 2013

De notaris en zijn verdwenen hond.

 
 
Het was volop herfst en de regen beukte letterlijk tegen de ramen. De luiken klapperden tegen het huis. Echt zo'n avond om bij de kachel te zitten en muziek te luisteren om de angstaanjagende geluiden buiten te sluiten.
Maar Bas, onze labrador stond al naar ons te staren. Hij wilde zijn avondwandeling maken. Meestal is hij met dit weertype snel weer terug.
Dus de jassen aan en mutsen op het hoofd. Ook maar de paraplu mee, om in ieder geval een beetje bescherming te hebben.
De straten lagen er uitgestorven bij. Wij hadden wind in de rug en vlogen de straat door. Opeens hoorde ik boven de storm uit een stem roepen. Ja, in de verte liep een man die iets riep. Dichterbij gekomen zagen we de notaris die op ons af kwam.
"Hebt u mijn hond?" vroeg hij lichtelijk in paniek. "Nee, dit is Bas. Hij vertelde dat de hond opeen los was geraakt zonder dat hij er erg in had gehad. Maar hij leek van de aardbodem verdwenen. We spraken af dat wanneer wij de hond zagen, dat we hem dan naar hem toe zouden brengen. De notaris draaide zich weer om, zijn hoed vast klemmend met zijn hand zodat die niet door de wind meegenomen werd.
Na 5 minuten zagen we haar al. Een mooi zwart vrouwtje stond bij een lantaarnpaal. Ze was voorzichtig, maar liet zich toch aaien en vastmaken . Bas had een dubbele jachtriem . Je kunt hem enkel gebruiken, dan is hij erg lang. Maar je kunt hem dubbel gebruiken , dan is hij stevig en je kunt er 2 honden aan vast maken.
Bas was blij met de onverwachte wending van deze saaie en koude wandeling. Nu moesten we wel de hond terug brengen bij haar baasjes en dat was nog een heel eind lopen.
Na 10 minuten stonden we drijfnat en rillerig voor de deur van de notaris. De vreemde hond stond naar de voordeur te staren alsof ze niet wist dat ze daar woonde.
De mensen zouden wel bij zijn dat ze hun hondje weer terug hadden. Vlug drukte ik op de bel.
Het licht in de hal ging aan en de voordeur open. Een vrouw van middelbare leeftijd keek om de deur en fronste haar hoofd. Geen blijk van herkenning of blijdschap te zien. Waren we toch wel goed? Maar daar kwam op eens meneer zelf in de deuropening staan. Zijn haar nog verwilderd van regen en wind. "Dat zijn die 2 mensen die ik uit het café zag komen Claire en die ook een hond bij zich hadden". "Nou, hier is ze dan", sprak ik enigszins geërgerd en ik deed hun hond los van de riem .  Nog steeds onbewogen keek ze eindelijk eens naar beneden waar haar hond al even stond te kwispelen. "Dank u wel, " zei ze , en liet de hond binnen en sloot de deur.
Wij stonden nog even verbaast voor de deur en keken elkaar eens aan.
Niets geen vreugde met deze goede afloop. Nee, wij werden aangezien voor 2 dronkenlappen die door de storm liepen en hun hond mee hadden genomen.
"Kom, we gaan vlug terug naar huis", zei mijn man. "Ja, laten we daar droge kleren aantrekken en daarna een lekker afzakkertje nemen", zei ik. Nu ging het minder snel . We hadden nu tegen wind . We spraken niet onderweg want we waren toch niet te verstaan voor de ander, maar onze gedachten waren vast dezelfde.
 
 
.